*

 

Oorlog lijkt soms iets schitterends

Bas Belleman − 11/10/08, 00:00

recensie Hoe esthetisch is geweld? Die vraag wordt opgeroepen door ’Godenslaap’, de nieuwe Erwin Mortier. Zelf slaagt de auteur er goed in zijn barokke stijl te rechtvaardigen

Romancier en dichter Erwin Mortier staat bekend om zijn barokke schrijfstijl en die hanteert hij ook in zijn nieuwe roman ’Godenslaap’. De zinnen meanderen als vanouds over de pagina en de metaforen rollen alle kanten op; dat lag in de lijn der verwachting.

Maar sterker dan in zijn vorige boeken krijgt die bloemrijke taal een verklaring. De ik-figuur, Hélène, is een stokoude schrijfster die terugblikt op haar jonge jaren rond de Eerste Wereldoorlog. Ze maakte verschrikkelijke dingen mee en daar moet ze op de een of andere manier grip op krijgen. Dat doet ze door er zo beeldend mogelijk over te schrijven. Ze roept de ultieme gruwel in volle hevigheid op en hoopt hem zo te temmen.

Een tweede reden voor haar weelderige taalgebruik is het welgestelde milieu waar ze in opgroeide. Dat nam het eergevoel van de adel over ’zonder de hypocrisie die het leefbaar maakte’ en ontleende aan het werkvolk het ideaal van de vlijt ’zonder de ontladingen die tijdelijk alle moraal of plicht vernietigden’. Haar manier om ’aan het vacuüm te ontsnappen’ bestond uit lezen en schrijven; haar levendige geest was het enige waar ze vrijheid in kon vinden.

De Vlaamse Hélène beleeft de oorlog grotendeels in een Frans dorpje. Daar is ze met haar moeder en broer op vakantie, als in 1914 de hel losbarst. Ze kunnen niet meer terug naar huis en Hélène woont daardoor jarenlang tamelijk dicht bij het front. Ze groeit uit tot een jonge vrouw, flirt met soldaten en verliest haar hart aan een Britse oorlogsfotograaf.

Aanvankelijk kan de jonge Hélène de oorlog niet bevatten. Ze beschouwt hem als ’iets schitterends, de hartslag van een groot gebeuren die in alle dingen klopte’. Het leek alsof oorlog ’in de eerste plaats uit een geheimzinnige substantie bestond, een soort specerij die zich mengde met het licht en alles intenser maakte’.

Maar steeds heviger dringt de afschuwelijke werkelijkheid tot haar door. Ze vindt de oorlog obsceen, een typering die ze verschillende keren herhaalt. Als een granaatscherf een klein meisje doodt dat stiekem de oorbellen en make-up van haar moeder droeg, weet Hélène er geen beter woord voor: obsceen is het.

Toch laat Mortier haar in geuren en kleuren over het meisje vertellen, alsof ze zich ook een beetje in haar dood verlustigt. Daardoor begint een oude ethische kwestie te knagen: mag je genieten van oorlog? Met andere woorden: klinken Mortiers stilistische hoogstandjes niet een beetje decadent?

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Mortier – hoe virtuoos hij ook te werk gaat – zich inderdaad op het randje van decadentie begeeft. Zo omschrijft hij het lijk van het kleine meisje als ’een duur bepoederd popje achtergelaten door een verwend rijkeluiskind’ en laat hij haar moeder kreunen ’alsof in haar lijf al haar pezen en gewrichten in hun hengsels janken’.

Toch overtuigt Mortier. Je kunt over zijn artistieke keuzes twisten, maar het boek mist zijn uitwerking niet. Je krijgt het gevoel dat je een glimp opvangt van de overweldigende, verbijsterende, zelfs mystieke kant van oorlog. Misschien is het ’genot van de verbijstering’ inderdaad een manier om angst vorm te geven, zoals de oude Hélène bedenkt nadat ze toeristen na afloop van de oorlog met zonnehoed en parasol de loopgraven heeft zien bezoeken.

Ondanks de hang naar decadentie is ’Godenslaap’ dus een indrukwekkend boek dat van de eerste tot de laatste bladzijde de aandacht vasthoudt. Hooguit eindigt het een beetje abrupt. „Het spijt me dat ik deze laatste vellen met kadavers overlaad, ik zal zo kort mogelijk zijn”, schrijft Hélène, wanneer ze van enkele hoofdrolspelers nog even het levenseinde wil beschrijven. ’Godenslaap’ had twee keer zo dik mogen wezen, want Hélène’s leven is na 1918 nog lang niet voorbij. Hoe heeft ze de Tweede Wereldoorlog meegemaakt? Hoe is het haar in de decennia erna vergaan? Je zou het allemaal willen weten.

mailIcon print |