*

 

Britten stellen teleur in Matinee en meditatieve Matthüus

Peter van der Lint − 10/03/08, 00:00

recensie

Radio Kamer Filharmonie, Groot Omroepkoor, solisten olv Kenneth Montgomery met ‘Lucie de Lammermoor’ van Donizetti in Matinee op 8/3. Nederlands Kamerorkest, Consensus Vocalis, solisten olv Sir Colin Davis met ‘Matthüus Passion’ van Bach op 8/3. Matinee via Radio 4 op 11/3 vanaf 20.00 uur; Matthüus vanavond nogmaals in Concertgebouw, Amsterdam.

Twee grote, theatrale en dramatische verhalen volgden elkaar zaterdagmiddag en –avond in het Amsterdamse Concertgebouw op. In de Matinee klonk het lijden en de waanzin van Lucia di Lammermoor zoals verklankt door Donizetti. Amper drie uur later waren we getuige van het lijden van Christus, zoals getoonzet door Bach. Opvallend en veelzeggend detail: de Christus van Robert Holl communiceerde ‘s avonds beter en directer met zijn toehoorders dan elk van de zes zangers die ’s middags in de opera zongen.

Voor de twee zo verschillende werken traden Britse dirigenten aan. Kenneth Montgomery leidde de Radio Kamer Filharmonie door de Franse versie van Donizetti’s opera en Sir Colin Davis – die dit jaar 81 wordt – ging het Nederlands Kamerorkest voor in Bachs grote Passion. Montgomery bleef ruim binnen de verwachte eindtijd, Davis overschreed die behoorlijk. De nuchtere haast van Montgomery was uiteindelijk net zo teleurstellend als de persoonlijke geloofsbelijdenis in slow motion van Davis.

Dat Davis voor het Nederlands Kamerorkest stond, was op zich bijzonder. Ooit was er sprake van dat Sir Colin deel zou gaan uitmaken van de passie-traditie van het Concertgebouworkest, maar daar kwam het nooit van. Nu was hij dus tóch in Amsterdam, maar bij een ander orkest. Collega’s van Davis hebben tegenwoordig een soort van consensus over tempo en tijdsduur van de Matthüus Passion. Gardiner, Harnoncourt, Koopman, McCreesh, zij allen doen er ongeveer 2 uur en 40 minuten over. Alsof ze met die cijfers zo dicht mogelijk bij het BWV-nummer van de Matthüus – 244 – willen uitkomen. Davis klokte ruim een half uur meer. Gepaste traagheid is op zich niet verkeerd, maar de interpretatie van Davis was daarbij veel te gelijkmatig. Meer een lange naar binnen gekeerde meditatie, met de nadruk op de aria’s en de koralen, dan het vertellen van een verhaal. De fantastische Holl, een verhalenverteller pur sang, was in deze omgeving dan ook totaal misplaatst. Hier gold hoe onopvallender, zo niet saaier, hoe beter en wat dat betreft scoorden de andere zangers goed. Het koor Consensus Vocalis, kwalitatief een paar niveaus lager dan het Kamerorkest, presteerde uiteindelijk heel behoorlijk met een paar schitterend a cappella gezongen koralen.

Vreemd dat de Matinee voor de Franse versie van ‘Lucia’ koos en die vervolgens – op de titelrol na – liet zingen door zangers die het Frans duidelijk niet machtig waren. Wat is daar de zin van? Want op een enkele aria en scène na is ‘Lucie’ niet heel anders dan ‘Lucia’, dus muzikale redenen heeft het nauwelijks. Maar Franse zangers klinken wel anders dan Italiaanse, zoals bewezen in de productie van ‘Lucie’ in 2002 bij de Opéra de Lyon, die later op cd uitkwam. Nu was het vlees noch vis op een voor Matinee-begrippen lauwe operamiddag. Annick Massis (Lucie) is een formidabele zangeres zoals ze al eerder in de Matinee bewees. Nu zat ze met haar hoofd veel te vaak verdiept in de partituur; de oren stonden soms op steeltjes, maar het theaterhart ging nergens sneller kloppen, ook niet in de beruchte waanzinsscène. De andere zangers communiceerden evenmin met de zaal of met elkaar. Van hen was tenor Marius Brenciu (Edgard) ook vocaal onder de maat. Montgomery, die normaliter een hart voor dit repertoire heeft, was zoals gezegd de nuchterheid zelve. Zelfs in die heerlijke climaxen van het wereldberoemde sextet liet hij de teugels geen moment vieren. Nee, er bleef veel te wensen over, zaterdag in het Concertgebouw.

mailIcon print |