recensie
Kees Versluis is redacteur van het weekblad Intermediair.
’Als je tegenwoordig in gezelschap laat vallen dat je naar Berlijn gaat, krijg je opgetogen reacties: „Geweldige stad, gaan we binnenkort ook heen.” Nog niet zo lang geleden wilde iedereen naar New York, Barcelona of Londen. Nu is het Berlijn. Heel Duitsland is trouwens populair als vakantieland, nog meer dan Frankrijk. Terwijl de tijd dat we dat land verafschuwden vanwege racistische aanslagen en branden nog niet eens zo ver achter ons ligt.
Een sluitende verklaring voor die omslag heb ik niet. Een deel ligt denk ik in de hereniging, na de val van de Berlijnse Muur, toen wij in Nederland ineens met een veel groter Duitsland te maken kregen. Dat boezemde sommige mensen angst in. We kunnen nu anno 2008 constateren dat er voor die angst helemaal geen aanleiding was, de Duitsers hebben hun sterkere positie in geen enkel opzicht misbruikt.
Omgekeerd is er ook een verandering te bespeuren: de Duitsers denken een stuk minder positief over ons dan vroeger. Pakweg tien jaar geleden was Nederland het grote voorbeeld waar Duitsland zich graag aan mocht spiegelen. Ons poldermodel werd de hemel in geprezen, en er was diepe bewondering voor onze open, tolerante samenleving.
Die bewondering is niet helemaal weg hoor, zo erg is het ook weer niet. Maar daarnaast is er ook verwondering gekomen, over de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en intolerante aspecten in onze maatschappij. Nu hoor je regelmatig: „Wat is er in Nederland toch aan de hand?”
Ik heb altijd een fascinatie gehad voor het dubbele karakter van Duitsland. Aan de ene kant is er een traditie van diepgravende filosofie en interessante cultuur met prachtige muziek en literatuur. Aan de andere kant zijn ze gek op schlagerfestivals, bierfeesten en plat carnaval - het is een merkwaardige combinatie.
Twee jaar geleden heb ik voor Intermediair een vrij lange reportagereis door Duitsland gemaakt, voor een speciaal nummer met het oog op het WK-voetbal; dit boek is daar in feite een vervolg op. Tijdens die reis heb ik bemerkt dat er van de clichés die wij van Duitsland graag koesteren, vaak niet veel klopt. Zeker, je komt Duitsers met een grote bek tegen, maar het gros van de bevolking is vriendelijk en voorkomend. Duitse steden zijn misschien niet de mooiste ter wereld, er is heel veel weggebombardeerd en wat er in de plaats is gekomen, is niet fraai. Maar er is nog steeds stedeschoon te vinden. München en Hamburg zijn een ontdekking.
Berlijn vind ik niet mooi. Het is een rauwe stad, zonder de statuur van Parijs of Londen. Maar het is wel een stad waar je binnen een paar dagen verliefd op wordt. Er is elke dag zo ontzettend veel te doen. Koop een uitgaansblad, en je weet niet waar je moet beginnen. Per avond zijn er honderden culturele evenementen. Ik ben eens naar een piepklein theater in een buitenwijk geweest waar uit het werk van Truman Capote zou worden voorgelezen. Toen ik daar aankwam, bleek ik aanvankelijk de enige bezoeker. Maar dat maakte niets uit, kreeg ik te horen: „Zelfs voor nul personen lezen we heel graag voor uit Truman Capote”.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.