*

 

Op zoek naar het zwerversleven

Jann Ruyters − 10/12/09, 00:00

recensie

Regie: Urszula Antoniak. Met Lotte Verbeek, Stephen Rea. In 11 filmtheaters.

’Nothing Personal’ gaat over een meisje dat niet wil heten. ’Zeg maar jij’, zegt ze tegen de Ierse man die haar werk aanbiedt en vraagt hoe hij haar moet noemen. Anne, later horen we dat ze Anne heet, wil geen contact. Ze heeft in Amsterdam haar spullen op straat gezet en zwerft alleen door Ierland.

Het landschap is groen, nat, leeg, haar tentje is blauw, haar haar heel rood. Ze slaapt op strand of hei, eet uit een prullenbak. ’Heb je hulp nodig? ’vraagt een vrouw nerveus als ze ziet hoe Anne een stuk brood uit de prullenbak grist, het opschrokt en dan gaat zitten roken. ’Nee. Jij dan?’ informeert het meisje soeverein. Oeps. Schrik. Een zwerfkat die krabt.

Net als Goudlokje vindt Anne even later een verlaten huis. De tafel is gedekt. Er staat een bed met witte schone lakens. Bij de stereo vindt ze de countrymuziek van Patsy Cline. De man die er woont blijkt evenzeer aan zijn eenzaamheid gehecht, als Anne aan de hare. Ze sluiten een contract. Anne krijgt eten voor werk; later ook een bed. Hij noemt haar ’jij’. Niets persoonlijks verder.

Langzaam groeit het tweetal naar elkaar toe, maar niet zonder hun terughoudendheid te verliezen. Het contract wordt aangepast. Als een van hen toch een persoonlijke vraag stelt moet hij of zij voor straf een liedje zingen.

Het met de prijs van Locarno en diverse Gouden Kalveren bekroonde bedachtzame speelfilmdebuut van de Pools-Nederlandse filmmaakster Urszula Antoniak herinnert aan eerdere films over zwerfsters, het meest nog wel aan ’Sans toi, ni loi’ van Agnes Varda, maar ook een beetje aan ’De Poolse Bruid’ van Karim Traïdia.

Antoniak zoekt net als Varda de ruwheid, de kaalheid in het zwerversleven; de van kou natte ogen, roze wangen, de verweerde handen, de doorweekte tent. Ze raakt die ook, maar Antoniak is meer op zoek naar schoonheid dan haar voorgangster wat ’Nothing Personal’ soms iets bestudeerds en gekunstelds geeft: dat rode haar, de blauwe jas, het groene gras.

Toch rust de schuchterheid ook op die schoonheid. Antoniak houdt in en kiest zorgvuldig, net als haar karakters. Ierland is zacht en zompig, een troostend land dat om eenzaamheid vraagt; je kan er de doden vasthouden.

mailIcon print |