recensie
Vroeger werd het moestuinieren van vader op kind doorgegeven. Het kind leerde spelenderwijs wanneer de mest moest worden ingewerkt en de zaadjes gezaaid. Het kreeg te horen dat de rode bieten niet naast de spinazie kunnen en de bloemkool niet naast de aardbeien; dat wisselteelt belangrijk is en dat je op moet passen voor wortelrot, koolvlieg en slakken.
In de loop der tijd is het aantal vaders met een moestuin aanzienlijk afgenomen. Met het gevolg dat veel mensen wel hun eigen groentes willen kweken, maar geen idee hebben hoe dat moet. In zo’n geval kun je natuurlijk lid worden van een volkstuin en vanuit je ooghoeken loeren hoe collega-tuinders een en ander aanpakken. Je kunt zelfs bevriend met ze raken, zodat je advies en zaadjes van ze krijgt.
Een minder omslachtige manier is om een van de ontelbare boeken over tuinieren te raadplegen. Ikzelf, eveneens kind van een vader zonder tuin, loop in boekwinkels regelmatig naar de afdeling moestuinboeken, in de hoop dat er eentje bij zit waar ik mee uit de voeten kan – wat tot voor kort bijna nooit het geval was.
Ik kan me voorstellen dat u zich begint af te vragen waar ik heen wil. Het is eind november, regenstormen teisteren ons land en ik heb het over de moestuin waar niets te beleven valt. Dat klopt, maar het is bijna Sinterklaas en daarna komt de Kerst. U bent druk bezig met het invullen van wenslijstjes en het bedenken van geschikte cadeautjes voor anderen. En laat ik nu een tip hebben voor al die familieleden en vrienden die een moestuin willen maar nog niet durven: in de boekwinkel liggen drie boeken waar u, ik en zij echt iets aan hebben.
Afgelopen voorjaar schreef ik al over ’Eten uit eigen tuin’ van Andi Clevely. Daar komen nu twee even handige boeken bij: ’Eten uit de tuin’ van Karen Liebreich, Jutta Wagner en Annette Wendland, en ’Groente uit eigen tuin. Jaarplanner’ van Carol Klein.
De boeken zijn alle drie jaarplanners, volgens mij de enige manier waarop beginners het moestuinieren kunnen leren zonder onmiddellijk te verdwalen.
Voor wie regelmatig naar het BBC-tuinprogramma ’Gardeners’ World’ kijkt, is Carol Klein geen onbekende. Zij is de kwieke oudere dame bij wie de aardappels niet alleen in de moestuin groeien maar ook in de keel, zodat je telkens weer hoopt op ondertiteling – die er uiteraard niet is. Maar haar enthousiasme maakt veel goed en haar jaarplanner is een aanrader voor beginners.
Het boek is ingedeeld in twaalf hoofdstukken, te beginnen met januari en eindigend met december. In ieder hoofdstuk beschrijft Klein wat er die maand in de moestuin te doen is, zet zij een bepaalde groente in het zonnetje, geeft een recept en behandelt een karwei dat in de betreffende maand gedaan kan worden, zoals zaaien, bijmesten of oogsten. Op elke bladzij is ruimte voor eigen aantekeningen. Let er wel op dat er ’jaarplanner’ op het boek staat, want van Klein bestaat ook een ’Groente uit eigen tuin’ zónder jaarplanner.
’Eten uit de tuin’ richt zich vooral op mensen die met kinderen willen tuinieren. Ook hier worden de tuinactiviteiten per maand beschreven. Achterin het boek staan handige tabellen waarmee je in één oogopslag kunt zien wanneer en wat er gezaaid, geplant, uitgeplant en geoogst kan worden. Maar het mooist is de lijst waarop de moeilijkheidsgraad van de verschillende planten staat vermeld – compleet met uitleg waarom ze makkelijk of moeilijk zijn. Precies wat beginnende moestuiniers nodig hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.