*

 

Populaire Jaap van Zweden geeft Beethoven van jetje

Peter van der Lint − 02/09/09, 00:00

recensie

Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, solisten olv Jaap van Zweden met slot Beethovencyclus op 31/8 in Concertgebouw Amsterdam.

’Onze Jaap’ is populair. Zijn concerten met alle symfonieën van Beethoven, de afgelopen anderhalve week in de Robeco Zomerconcerten, trokken stampvolle zalen. Aan het slot van de laatste, afgelopen maandag, kreeg Van Zweden de allereerste Zomerconcert Prijs uitgereikt. Voor zijn verdiensten voor de klassieke muziek in al zijn facetten en voor drieëndertig optredens in de 20-jarige geschiedenis van de concertenreeks.

Het bedrag van 20.000 euro dat aan de prijs verbonden is, wil Van Zweden besteden aan een ’vleugeltje’ voor een concertzaaltje in een nog te bouwen huis voor autistische kinderen. Het beeldje, nadrukkelijk bedoeld voor zijn Radio Filharmonisch Orkest, krijgt een plaats in Hilversum. Toen een van de sprekers, Concertgebouwdirecteur Simon Reinink, refereerde aan die ’prachtige aflevering van Zomergasten’, waarin Van Zweden zondagavond te zien was, klaterde het applaus spontaan vanuit de zaal op; men had duidelijk van Jaaps uitzending genoten.

En zo genoot men ook van Van Zwedens uitvoering van de Achtste en Negende van Beethoven. Het is op deze plek al eerder gezegd: Beethoven en Van Zweden hebben een synergie. In 2001, ook in een zomerconcert, debuteerde Van Zweden als operadirigent met Beethovens ’Fidelio’. Het was spannend, enerverend en veelbelovend.

De belofte is meer dan ingelost, spannend en enerverend is het gebleven. Van Zweden gaf Beethoven maandagavond fantastisch van jetje. De Negende legde hij af in precies een uur – geen record, maar toch een behoorlijk opvallende eindtijd. In het prestissimo helemaal aan het slot, vlogen de trompetten heerlijk gierend uit de bocht en kwamen de dynamische en harmonische verrassingen aan als mokerslagen.

En toch waren het niet de toeters en bellen in die opruiende passages die de meeste indruk maakten, maar juist het langzame derde deel van de Negende. In de schitterende lyriek van deze muziek doken Van Zweden en het uitstekende RFO diep achter de noten. In de Achtste was het vooral het tweede deel dat strak in de verf stond. Schitterend hoe log lichtvoetig de contrabassen daar speelden.

In de Negende leverde het Groot Omroepkoor een stevige bijdrage en was het vooral de prachtige bas van Ain Anger die stond als een huis.

Ondanks snelheid en wendbaarheid viel Van Zweden niet ten prooi aan al te veel effectbejag. De vele Beethoven-botsingen in de partituren liepen niet uit op total loss crashes. Steeds op tijd knalden de air bags open. Van Zweden hield controle.

mailIcon print |