*

 

Brieven vol levenslust vanuit de onderduik

Seije Slager − 02/05/09, 00:00

recensie Jacob van der Hoeden schreef prachtige geïllustreerde brieven aan zijn ondergedoken dochtertje. Ze bleven bewaard en zijn nu uitgegeven.

Ze was zes toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en kan zich nog goed het moment herinneren dat het menens werd. Jacqueline van der Hoeden moest onderduiken. Ze kreeg een nieuwe naam, Lieneke, en een nieuwe geschiedenis. Het mocht onder geen beding bekend worden dat ze Joods was.

„Onze moeder riep mij en mijn zusje bij zich en zei: ’We gaan een spelletje spelen. Maar het is wel een beetje een gevaarlijk spelletje. Als je je vergist, gaan er serieuze dingen mis, ook voor de mensen om je heen’. We hebben toen een tijdje geoefend met onze nieuwe namen. Maar we wisten wel dat het geen spelletje was. Daar hebben kinderen een goede antenne voor.”

Lieneke zat op drie verschillende onderduikadressen. Af en toe moest ze verhuizen, omdat de mensen begonnen te praten. Uiteindelijk belandde ze in Den Ham in Overijssel, gescheiden van haar vader en haar zusje.

Vanaf dat moment kon haar vader haar niet meer bezoeken. In plaats daarvan liet hij, door vrienden uit het verzet, iedere maand een brief bezorgen. Niet zomaar een brief, maar gedetailleerd versierde minikunstwerkjes. „De brieven zijn door en door blij”, vertelt Van der Hoeden. „Hij probeert aldoor het mooie van het leven te laten zien. En hij blijft een echte vader: af en toe zit er een opvoedende ondertoon in.”

Het wemelt vooral van de vrolijke dieren in de getekende brieven: paaskuikens, zwangere geiten en natuurlijk vredesduiven. „Mijn vader was veearts en bioloog. In zijn tijd was hij een gerespecteerd wetenschapper. Gek dat hij nu met zijn tekeningetjes aan mij beroemder lijkt te worden dan met zijn wetenschappelijke werk.”

Eén keer per maand kreeg Lieneke zo’n kunstwerkje. Ze mocht het korte tijd, ongeveer een uur, bij zich houden, dan moest ze het teruggeven aan haar gastouders. Die zouden het vernietigen, omdat er geen tastbare bewijzen mochten bestaan van het feit dat Lieneke een ondergedoken Joods meisje was.

De brieven stopten in 1944, toen het zuiden van Nederland bevrijd werd en Lieneke, in het nog altijd bezette noorden, afgesneden werd van contact met haar vader.

In 1945, na de bevrijding, kwamen de brieven toch tevoorschijn. Haar gastouders vonden ze ’te mooi om te vernietigen’, en hadden ze in een ijzeren kistje begraven, naast de appelboom in de tuin.

De familie Van der Hoeden emigreerde na de oorlog naar Israël. Toen een kindermuseum over de Holocaust een paar jaar geleden via via hoorde over de brieven, vroegen ze Van der Hoeden ze te mogen tentoonstellen. Zij was eerst terughoudend, vond het privé.

Inmiddels zijn ze in Israël, Frankrijk en nu in Nederland gepubliceerd, en is er een op de brieven gebaseerd kinderboek verschenen. „Ik zag hoe die brieven werkten. Kinderen sluiten zich af van té verschrikkelijke verhalen. Maar via deze brieven, waarin het over normale zaken als verjaardagen, kunnen ze zich wel inleven in de Holocaust.”

De brieven zijn in facsimile verschenen: ’Jacob van der Hoeden – Brieven aan Lieneke’, uitgeverij Sirene. Bij Sirene verscheen eveneens het kinderboek ’Voortaan heet je Lieneke’, van Tami Shem-Tov in vertaling.

mailIcon print |