recensie
’De Waterman’ van Hans Koolmees (muziek) en Erik-Ward Geerlings (libretto). Regie: Cilia Hogerzeil. DoelenEnsemble o.l.v. Jurjen Hempel. Met o.a. Arnout Lems, Machteld Vennevertloo, Frédérique Klooster en üsa Olsson. 16/4 in Energiehuis, Dordrecht. Herhaling: 18, 24 en 25/4 en 1, 2, en 8/5. Info: www.muziektheaterhollandsdiep.nl
Water is in een aantal opera’s in de twintigste eeuw de stenen gast geweest: in ’The Flood’ van Igor Stravinsky vernietigt het bijbelse water het leven op aarde; in ’Peter Grimes’ van Benjamin Britten keert de gemeenschap zich tegen de zonderling. Ook in Koolmees’ eerste opera ’De Waterman’, die donderdag in het indrukwekkende Dordtse Energiehuis in première ging, is het water zo’n hoofdpersoon.
Klotst het in het begin van de opera nog ver weg in een veilig kanaal, al snel sijpelt het in de eerste akte de bühnevloer op, onder de kieren door van de reusachtige dijk die het podiumbeeld bepaalt, om de moeder van de hoofdpersoon Maarten mee te nemen. Het eerste familielid dat in ’De Waterman’ wordt geofferd. Het water neemt, het water geeft in Koolmees’ opera.
Op basis van de roman van Arthur van Schendel maakte Erik-Ward Geerlings een eigengereid libretto in een zelfverzonnen archaïsch Nederlands: „Verstatu mij dannie O Heer / dor allut krake en gekammer / en getier”, laat hij de schuldbewuste Maarten naar de hemel roepen na de dood van zijn moeder. „Astuumblieve / tref mij / meddesteen / dien ik verdien.”
Geerlings’ koeterwaals was een schot in de roos. Het haalde de afstandelijkheid en de zwaarte uit het oorspronkelijk zo hoekig vertelde verhaal over de eenling versus de kerk, het gaf de personages iets onbeholpen menselijks, iets ontroerends ook. Afgezet tegen de teksten uit Job (door het koor), de hymnen en de ’Loreley’-gedichten van Heine bood het libretto een baaierd aan kleuren en taalregisters.
In zijn transparante en lijfelijke muziek liet Koolmees die kansen bepaald niet liggen. Ook hij koos voor de menselijke maat: binnen de kaders van een klein bezet en bezield spelend DoelenEnsemble onder Jurjen Hempel wist de componist expressie, gelaagdheid en contrasten volledig te benutten.
De twee hoorns als spilinstrumenten in het ensemble waren een adembenemende vondst, net zoals de ademende bourdons die Koolmees regelmatig onder zijn melodieën legde. Ook die lijnen als uit een gefantaseerd verleden: denkbeeldige oude muziek, met randen en rafels.
In ’De Waterman’ staat Maarten nog eenzamer tegenover vier zangers die zijn vader zingen en evenveel moeders; terwijl het koor hem in de gedaante van één enkele zanger begeleidt en een echt vocaal ensemble de Franse, Duitse en Latijnse teksten als dijken in het verhaal neerlegt.
De cast is erg goed: de verzengende stemmen van Arnout Lems (Maarten) en Frédérique Klooster (Jonge Maarten) bieden een mooi contrast tegenover de warme Machteld Vennevertloo (Maartens vrouw Marie) en de plechtige üsa Olsson (koor). Koolmees schreef mooie lijnen voor zijn zangers, net zo vloeibaar en veranderlijk als het water van de rivier.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.