*

 

Verdwenen in de sneeuw

Harriët Salm − 23/05/09, 00:00

recensie

Jonge mensen die zomaar op een dag verdwijnen en waar geen haar of botje meer van teruggevonden wordt, hun ouders achterlatend met voor altijd onbeantwoorde vragen. Het is geen luchtig thema dat Arnaldur Indridason aansnijdt in ’Onderkoeld’. Wél kenmerkend voor de veel gelauwerde, maar altijd sombere IJslander, een van de meeste vooraanstaande thrillerauteurs van dit moment.

Zijn trouwe hoofdfiguren inspecteur Erlendur en diens assistenten zijn ook al geen vrolijke Fransen. Ze passen perfect in het ijzige, donkere, weerbarstige decor van het noordelijke eiland, waar het politieteam stuit op wrange misdaden die hun oorsprong vinden in maatschappelijke problemen als vreemdelingenhaat of kindermishandeling.

Dit keer slaat Erlendur op persoonlijke titel aan het graven in een op het eerste oog heldere zelfmoord. Maria hing zich op in haar zomerhuisje en Erlendurs collega’s snappen zijn twijfels niet, want er zijn geen sporen van geweld en Maria was ongelukkig over de eerdere dood van haar moeder. Maar Erlendur heeft van Maria's vriendin een cassettebandje gekregen met een verslag van een séance. Daarop is Maria te horen op bezoek bij een medium. Venijnig klinkt het plots: „Pas op. Je weet niet wat je aan het doen bent!” Erlendur voelt onraad en bijt zich vast in de kwestie.

De wat stroeve, soms uitgesponnen dialogen passen goed bij de getergde karakters. En de in het IJslands gespelde namen van mensen, plaatsen, meren geven het boek iets mysterieus: Þingvellirvatn, Eskifjardará, Hólarfjall.

Inspecteur Erlendur rakelt ook nog een nooit opgeloste zaak van twee spoorloos verdwenen jongeren op. Dat confronteert hem met zijn eigen verleden. Hij verloor ooit zijn broer in een sneeuwstorm. Bitter voor de overlevenden. Op haar sterfbed, vele jaren later, fluistert zijn moeder als laatste woorden tegen haar enig overgebleven zoon: ’Heb je je broer al gevonden?’

mailIcon print |