recensie Trouw, vriendschap en integriteit delven in Voskuils werk altijd het onderspit. Maar in ’Binnen de huid’ ontpopt ook zijn alter ego Maarten Koning zich als een buitengewoon botte figuur, constateert Jaap Goedegebuure.
Weinig romanoeuvres zo merkwaardig als dat van J.J. Voskuil. Allereerst zijn daar de kwantiteit en het publicatieritme: een geflopt debuut (‘Bij nader inzien’) van mastodontische omvang, vervolgens ruim dertig jaar stilte, en tenslotte een zevendelige cyclus (‘Het Bureau) die ruim 5500 bladzijden omvatte. Nog merkwaardiger is de inhoud. Die blijft beperkt tot een minutieuze weergave van de gesprekken tussen een groep studievrienden (‘Bij nader inzien’) of collega’s (‘Het Bureau’). De aanvankelijke gewaarwording die je er uit opdoet is een tergende en tegelijkertijd fascinerende eentonigheid, die vooral in ‘Het Bureau’ goed spoort met de langdradige kantoorroutine van elke dag.
Als je wat dieper in Voskuils wereld doordringt, zie je dat het hem om iets anders gaat. Hij toont zich vooral geïnteresseerd in het ragfijne spel van menselijke betrekkingen en de verschuivingen die zich daarin over een reeks van jaren voordoen. Zijn grote obsessie is de onontkoombare teloorgang van waarden als vriendschap, integriteit, vriendschap en trouw, niet in de laatste plaats de trouw aan jezelf. Hoofdpersoon Maarten Koning is dan ook de grootste verliezer én de verraderlijkste verrader in Voskuils uitgebreide portrettengalerij.
Van meet af aan was bekend dat Voskuil zich baseerde op reële personen en situaties. Gehandhaafde en afgedankte intimi konden zich zonder veel moeite herkennen, de laatsten meestal niet tot hun genoegen. Uit het weinige dat de auteur over zijn aanpak losliet, werd duidelijk dat hij rijkelijk uit zijn dagboeken had geput. Het autobiografische gehalte van zijn romans stond dan ook buiten kijf, wat niet wegnam dat tussen de schrijver en zijn alter ego wel degelijk een zekere afstand gehandhaafd bleef.
De autobiografische kwestie komt aan de orde in de verantwoording die Voskuils weduwe vooraf laat gaan aan de postuum uitgegeven roman ‘Binnen de huid’, geschreven in de periode tussen ‘Bij nader inzien’ en ‘Het Bureau’ en in de chronologie het gat vullend dat door de twee genoemde werken was uitgespaard. Mevrouw Voskuil vertelt dat haar echtgenoot de beslissing om al of niet te publiceren aan haar overliet, dat ze lang heeft geaarzeld, maar dat ze tenslotte van mening was ‘dat dit ongewoon oprechte, moedige boek’ ons niet mocht worden onthouden.
Alsof die kwalificaties al niet onthulden dat we met onversneden bekentenisliteratuur te doen hebben, mogen we ook nog vernemen dat Voskuils scrupules werden veroorzaakt door zijn vrees anderen te kwetsen. Wie die anderen zijn, is niet moeilijk te achterhalen. Schrijfster Frida Vogels heeft er geen geheim van gemaakt dat ze model stond voor de Henriëtte Fagel die bij Voskuil altijd weer opduikt. Van J.J.Oversteegen, invloedrijk literatuurwetenschapper en mede-oprichter van het legendarische tijdschrift Merlyn, was in ruime kring bekend dat hij schuilging achter Paul Dehoes, de geliefde tegenstander en gaandeweg ook de steeds sterker verafschuwde vriend van Maarten Koning.
Het slot van ‘Bij nader inzien’ had al laten zien dat Maarten zich van Paul en zijn echtgenote Rosalie was gaan distantiëren. Niet alleen Pauls ambities maar ook de manier waarop hij zich tijdens een afstudeerfeestje met een andere vrouw (luisterend naar de weinig gracieuze bijnaam ’het varken’) liet gaan, wekte Maartens weerzin op. Groot is dan ook de verbazing nu ‘Binnen de huid’ ons er getuige van maakt hoe de vroeger zo kuis, zeg maar gerust aseksueel voorgestelde held zich ontpopt tot erotomaan. Uit pure wedijver en rancune jegens Paul begint hij naar de gunsten van (de in het verleden door hem geminachte) Rosalie te dingen. Hij slaagt erin om haar verliefd te laten worden, maar wanneer hij in haar bed belandt, laat zijn killersinstinct hem lelijk in de steek. Intussen moet hij lijdzaam toezien hoe Paul zijn eigen vrouw Nicolien niet zonder succes het hof begint te maken.
Wat in deze geschiedenis verbijstert, is niet het plotseling opduikende overspelgegeven, en ook niet de stiekemigheid van Maartens vrijages die haaks staat op de vroeger door hem zo fervent voorgestane morele properheid.
Het frappante en hier en daar zelfs shockerende zit hem in de rücksichtlose manier waarop Voskuils dubbelganger zijn daden probeert te rechtvaardigen. Maarten Koning beseft dat hij ten diepste bezeten is van angst en wantrouwen, juist tegenover degenen aan wie hij zich in schijnbaar vertrouwen heeft uitgeleverd. Daarom herdefinieert hij de vriendschap als een verfijnde vorm van vijandschap, die noodzakelijkerwijs moet uitlopen op de moedwillige vernietiging van de ander. Oprechtheid, loyaliteit en andere rationeel gefundeerde principes verschrompelen zodra de macht van de instincten zich laat gelden. De behoefte om dan nog rechtlijnig te blijven maakt plaats voor agressie, haat en tenslotte onverschilligheid.
Natuurlijk zijn het niet de pikanterieën en de (na een halve eeuw rijkelijk belegen geraakte) human interest die ‘Binnen de huid’ bijzonder maken, integendeel. Wat in deze nagelaten bekentenis nog van waarde is, herinnert aan de verbetenheid waarmee W.F. Hermans in boeken als ‘De tranen der acacia’s’, ‘Ik heb altijd gelijk’ en ‘Paranoia’ (niet toevallig verschenen in de jaren van Voskuils intellectuele rijping) de burgerlijke moraal attaqueerde, en aan de inktzwarte analyses van existentialistische auteurs als Camus en Sartre die in de jaren vijftig zo populair waren. Hermans’ adagium ‘Ik ben alleen mijn eigen vriend, en zelfs dat niet door dik en dun’ wordt hier vertaald in „Als ze me niet namen zoals ik was, dan donderden ze maar op”. Dat is buitengewoon direct, buitengewoon eerlijk en ook buitengewoon bot. Voskuil heeft Maarten Koning hier teruggebracht tot zijn harde kern. Van het resultaat moet hij zo geschrokken zijn, dat hij niet goed meer wist wat hij met ‘Binnen de huid’ aan moest. En dus schoof hij, zoals Kafka dat deed bij zijn vriend en executeur Max Brod, de hete aardappel door naar het bordje van zijn vrouw. Bij alle door haar geprezen eerlijkheid was dat niet bepaald moedig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.