recensie
Regie: Bent Hamer. Met BÃ¥rd Owe, Ghita Nürby, Espen Skjünberg. In 7 filmtheaters.
Het blauwgeschilderde huisje van Odd Horten steekt mooi af tegen de rode treinen die voortdurend langsrijden. Machinist Horten (BÃ¥rd Owe) is al veertig jaar in dienst van de Noorse treinmaatschappij, zijn toewijding blijkt wel uit het feit dat hij pal aan de rails woont.
In die treingekte staat hij niet alleen: bij een feestje met collega’s speelt men de quiz ’welk type locomotief hoor je nu?’, en gaan alle aanwezigen staan voor een plechtig tjoeke tjoeke-ritueel met veel armgezwaai. De fuif is voor Hortens afscheid, hij moet met pensioen. Hij lijkt er geen barst zin in te hebben.
Mannen die decennia op routine hebben geleefd en dan ineens alle vrijheid van de wereld krijgen, ze hebben filmmakers vaker geïnspireerd. In ’About Schmidt’ stapte Jack Nicholson in een fikse camper om nou eindelijk eens zijn eigen land te doorkruisen. In ’Schultze gets the Blues’ leerde een (Oost)Duitse mijnwerker, vilten hoedje vast op het hoofd, na een levenslang dienstverband in het Amerikaanse Zuiden jambalaya maken en de blues spelen op zijn accordeon.
Net als die films is ’O’Horten’ een melancholisch, licht ironisch, warm portret van een man die zijn draai moet zien te vinden in een nieuwe levensfase. Met een mildheid die je vaker aantreft in Scandinavisch drama stelt de Noorse regisseur Bent Hamer (’Kitchen Stories’, ’Factotum’) zijn titelpersonage bloot aan ervaringen die zijn blik op de wereld verbreden.
Horten raakt verzeild in de kamer van een jongetje dat niet kan slapen, belandt na sluitingstijd in een zwembad met twee naakte, kirrende vrouwen en stiefelt een nacht op roodgehakte laarsjes door de stad. Het zijn aardig bedachte momenten, waar Horten gek genoeg nogal stoïcijns onder blijft. Achteraf betwijfel je toch of hij nu een geïnspireerde, bloeiende oude dag tegemoet gaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.