recensie Op het eerste gezicht is ’Bittergarnituur’ de zoveelste brallerige, seksistische debuutroman. Behalve dat het bestaat uit 270 soepel lopende sonnetten.
In het kielzog van Jan Cremer zijn er al veel matige debuutromans verschenen vol banaliteiten, seksisme, pornografie en flauwe grappen. Nogal wat jonge auteurs menen dat hun schrijfstijl zo overrompelend is, dat die het best tot zijn recht komt tegen een achtergrond van oppervlakkigheid. Ze malen er niet om dat hun zinnen en scènes van willekeur aan elkaar hangen, zolang ze zelf maar geloven dat het lekker klinkt. Want stijl is alles.
Het debuut van Arthur Wevers zou naadloos in het rijtje passen, maar er is één cruciaal verschil: zijn roman ’Bittergarnituur’ staat op rijm. En dan niet het sinterklaasrijm aa-bb-cc, nee, ’Bittergarnituur’ bestaat uit 270 soepele sonnetten.
Nu is dit niet het eerste verhaal dat in verzen is geschreven, maar het verschil met de boeken die ik ken is dat ’Bittergarnituur’ niet in het minst op poëzie probeert te lijken. Het boek doet net alsof het zelf niet doorheeft dat het rijmt.
Wevers slaat het gebruikelijke spreektaaltoontje van de doorsnee brallerige debutant aan, inclusief de tussenwerpsels, verwensingen en aarzelingen, alleen zorgt hij ervoor dat alle woorden precies in het raster passen. Zo verandert de schijn van willekeur in een tergende kunst: het ziet eruit alsof Wevers voor de vuist weg babbelt, maar gegeven het rijm moet hij zijn woorden zorgvuldig hebben gekozen. En dat werpt toch een ander licht op het geleuter.
Nadat de ik-figuur met wat vrienden in de kroeg heeft zitten drinken, komt hij bij zijn vriendin Suzan. Ze belanden in een clichéruzie, waarin ze hem vraagt of hij wel weet ’hoe het voelt’. „Dat wist ik niet en wou ik ook niet weten, ik had het er helemaal mee gehad, met dat gezeik, ik was ook best wel zat en die pizza die ik had gegeten lag als een klamme vaatdoek op m’n maag. Suzan stelde me nog een keer de vraag of ik me nou zelf wel voor kon stellen hoe dat voelde.” Deze zinnen vormen het einde van het ene sonnet en het begin van het andere. In het boek worden ze keurig afgebroken waar het hoort, maar dat heb ik hier maar even achterwege gelaten.
Knap, maar het blijft een dun verhaal. Erg dun. Ik-figuur Christiaan (jong, redacteur bij een uitgeverij en bezig aan een autobiografische roman in sonnetten) gaat vreemd met de geliefde van een studievriend (Arthur Wevers zelf) en krijgt ruzie met zijn vriendin, die hem eruit gooit. Waar kan hij een tijdje logeren? Uitgerekend bij Arthur Wevers, die een vermoeden van het bedrog lijkt te hebben maar er niets over zegt. Later jagen ze allebei op hetzelfde meisje, een collega van Christiaan. Een verhaal met hier en daar een stijf gloeiend geslacht en een geschoren vagina.
Daar komt nog het geijkte reflecteren op het eigen schrijven bovenop. Zo piekert de ik-figuur over de literaire samenhang tussen dingen die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Ook komt het ’streven’ van de hoofdpersoon ter sprake: „Mijn personage streefde nergens naar. Mijn personage zat alleen te zeiken. Ja, hij wilde wel weer eens neuken maar hij deed niets om dat doel ook te bereiken.”
Het is misschien een flauwe grap, maar de ik-figuur zelf streeft dus naar een streven voor zijn autobiografische personage. Tussendoor probeert hij een collega te versieren, maar ’Arthur Wevers’ (de bijfiguur, niet de schrijver) komt ertussen. Zo verschijnt een hele suikerspin aan dubbele bodems en, zoals hij het zelf noemt, ’autoreferentialiteit’: zelfverwijzing.
Je kunt op deze roman een spervuur van complimenten afvuren, met typeringen als opvallend, virtuoos, lekker geschreven en veelbelovend. En dat is het ook allemaal. Je houdt pagina na pagina je adem in of het wel goed gaat, of het niet ergens stroef begint te klinken, maar nee.
Alleen overheerst uiteindelijk het gevoel dat deze schrijver veel kan, maar nog veel meer te bewijzen heeft. Het blijft knagen dat hij zoveel technisch vernuft op zo’n lege geschiedenis loslaat. Alsof Rafael Nadal tegen een muurtje staat te tennissen. Wat kan Wevers als het er echt om spant?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.