opinie
NTGent met ’De Tien Geboden deel 2’. Gezien 17/01 in Gent. Tournee t/m 11/4. Een aantal malen als marathon samen met deel 1. www.ntgent.be
In september van het vorige seizoen speelde het gezelschap van Johan Simons, NTGent, onder zijn regie het eerste deel van ’De Tien Geboden’. De voorstelling was in het daarop volgende voorjaar ook in Nederlandse theaters te zien. Nu is het de beurt aan deel 2. De twee voorstellingen zijn een toneelbewerking van de televisiereeks ’Dekalog’ die de Poolse filmer Krzysztof Kieslowski in 1989 maakte, tien verhalen over de bewoners van een troosteloos Pools flatgebouw in de nadagen van de Sovjet-Unie. Hun levens raken op een grillige manier verweven, waarbij in elke episode een van de Tien Geboden op een vaak verrassende manier aan de orde wordt gesteld. Decorontwerper Bert Neumann heeft het toneel weer omgebouwd tot dezelfde uitdragerij met een geweldige hoeveelheid afgeleefde meubels, terwijl kaal, wit tl-licht de scène naargeestig belicht.
Meer nog dan in het eerste deel laat elke episode een moreel dilemma zien. Zo bespiedt in de eerste episode (’Gij zult geen onkuisheid plegen’) de jonge postbeambte Tomek zijn overbuurvrouw Magda die voor het open raam de liefde bedrijft met verscheidene mannen. Als zij hem betrapt, sleept zij hem tegen wil en dank mee de onkuisheid in. En in ’Gij zult niet stelen’ kaapt de 22-jarige Majka haar zogenaamde zusje bij haar moeder weg, omdat het tenslotte háár kind is. Sommige personages uit deel 1 keren hier op een ander moment in de tijd terug, waardoor de decaloog als geheel een grotere samenhang krijgt.
Ook de spelers zijn weer dezelfden, onder wie Els Dottermans en Frank Focketyn, aangevuld met het jonge ensemble Wunderbaum dat onder leiding van Johan Simons zich bij NTGent heeft ontwikkeld en nu een zelfstandige toneelgroep vormt bij de Rotterdamse Schouwburg. De heftigste episode is het verhaal (’Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen’) van de hoogleraar moraal Zofia die door een Joodse onderzoekster uit Amerika wordt geconfronteerd met haar verleden, toen ze als verzetsstrijder de vrouw, toen een jong kind, aan haar lot overliet en deze als door een wonder toch aan de Holocaust ontsnapte. Het geestigst is ’Gij zult niet begeren uws naasten vrouw’, waarin de impotente arts Roman zijn vrouw tot echtbreuk aanzet en daar vreselijk onder moet lijden.
Bij de bespreking van deel 1 schreef ik dat ik de voorstelling iets te vrijblijvend vond; nu priemt de waarschuwende vinger van Simons soms door de handeling heen. Samen zijn de twee delen daarmee wellicht mooi in evenwicht, zoals ook de grimmigheid en de burlesque een prachtige samenwerking aangaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.