opinie
Hij moet er niet aan denken om achter een microfoon op het podium te zitten. Want als het doek opgaat, moet het feest zijn. Bert Visscher wil gelach, gespring, verkleedpartijen en veel decor.
In ’Geluk zit in hele grote dingen’ kruipt de energieke cabaretier in de huid van twee broers die al jaren ruzie hebben. De ene broer is eigenaar van een bordeel dat ooit goed liep, de andere broer heeft ervoor gezorgd dat de vuurtoren tegenover het bordeel weer werkt. Daardoor lopen er geen schepen meer vast op de zandbanken. De aangespoelde zeebonken, die ooit klant waren bij Chez Lulu, blijven weg. De pooierbroer schiet dan ook regelmatig de lamp van de vuurtoren aan diggelen, de vuurtorenbroer mikt op zijn beurt graag op de neonreclame van het bordeel.
Over de titel van het programma zegt Visscher: „Die moet je niet serieus nemen. Ik was op vakantie op Cuba. Mijn impresario Eric Alferink belde en vroeg of ik een titel kon geven voor mijn nieuwe programma. Ik keek om me heen, lag daar op een kingsize bed met een enorme sigaar en een gigantische cuba libre, en riep in een opwelling: ’Geluk zit in hele grote dingen’.’
Al op de middelbare school kreeg Bert Visscher (Groningen, 1960) iedereen aan het lachen: hij maakte deel uit van de cabaretgroep Filter. Na de havo ging hij naar de pedagogische academie. Maar het cabaret bleef lokken: Visscher deed mee aan diverse festivals en won in 1981 de Persoonlijkheidsprijs op het Camarettenfestival. Begin jaren negentig kwam zijn grote doorbraak met het programma ’Jammer’. Daarna volgden theaterprogramma’s als ’Voor ons hoeft het niet’ en ’Fijne nuances’, en het tv-muziekprogramma ’Poggibonsi’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.