*

 

De C-factor: keurige kousen en geen slettenbroek

Door: redactie − 08/01/09, 00:00

Omdat zo’n beetje elke eigentijdse bekende Nederlander wel zijn eigen celebrity glossy heeft gehad (we noemen een Matthijs, Dinand, Gullit, Linda, Heleen en een Youp), is het nu de beurt aan BN’ers uit vervlogen tijden. Calvijn is ironisch genoeg de eerste. De reformator associeer je nu eenmaal niet snel met mode en luxe: glossymaterial. Maar hij is dit jaar 500 jaar geleden geboren, vandaar.

Leren we hem beter kennen met het blad? Nee. Eigenlijk heeft iedereen in het tijdschrift, van bekende Nederlander tot priesters en historici, wel zijn eigen beeld en visie van de man, al naar gelang de eigen leefrichting. Voor calvinistisch belegger/ reformatorisch bourgondiër Cor Verkade is Calvijn een levensgenieter terwijl hij voor Zeeuws Museum-directeur Valentijn Byvanck symbool staat voor strengheid en ascese. Menig vrouw zou er een moord voor doen: een kerel met wie je alle kanten op kunt.

Voor de ’calvinistische meetlat’, waarlangs de redactie van het blad verschillende hedendaagse BN’ers heeft gelegd, is voor de goede orde maar gebruik gemaakt van de algemeen gangbare opvatting over het calvinisme: zuinigheid, hard werken en ’doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Nu, we nemen Máxima. Een harde werkster; Calvijn zou er trots op zijn. Naast haar maatschappelijke carrière is ze eet- en luizenmoeder op de school van haar dochters. „Maar ook pleitbezorgster van het microkrediet als rechtvaardige vorm van naastenliefde”, schrijft historicus Marie Verheij, redacteur voor het Nederlands Dagblad. Minder calvinistisch scoort de prinses met haar hang naar stijl en glamour. Chic en raffinement is haar handelsmerk en ze is kind aan huis bij modeontwerper Valentino.

Brengt ons bij de vraag: hoe ziet calvinistische mode eruit? Vier refo’s (een man, drie vrouwen) zijn gekiekt in de stegen van Dordrecht, waar de ’vijf punten van het calvinisme’ in 1618 en 1619 werden opgesteld. Welnu: het zwart en grijs spat van de pagina af. ’Vrouwelijk en netjes’ en ’keurige kousen’. Geen ’tierelantijntjes’ of ’slettenbroek’ (broek waarbij je de bilspleet ziet). John Exalto en Fred van Lieburg, historici die bouwen aan een documentatiecentrum voor de geschiedenis van de reformatorische zuil, laten zien wat de ’C-factor’ is: stijf zitten en ernstig kijken.

Verder maakt professor Herman Pleij, hoogleraar Historische Nederlande Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, gehakt van het idee dat Nederland überhaupt een calvinistisch land is. Calvijn zelf vertelt over zijn nierstenen en andere kwalen in een fictief interview van hoogleraar kerkgeschiedenis Herman Selderhuis. En de eerder genoemde calvinistische belegger vertelt dat de moderne, ontspoorde bankier had kunnen leren van Calvijns scherpe economische inzicht door te handelen naar zijn gouden regels voor geld lenen. Bijvoorbeeld door als gelduitlener geen voorwaarden aan de lening stellen die je zelf niet zou willen vervullen en geen risico’s met andermans geld nemen die je met je eigen geld niet zou durven nemen. De kredietcrisis was te voorkomen geweest. Maar nu we er toch middenin zitten alvast een calvinistisch recept voor bittere tijden: preisoep, kip met kappertjes en als toetje chocoladevla met blokjes kruidkoek. Calvinistisch smullen maar.

mailIcon print |