*

 

Klarendal is geen proeftuin en moet pionieren

Rob Velthuis − 01/12/07, 02:30

De georganiseerde sport moet zich van VWS richten op onderwijs, naschoolse opvang, de wijken en kwetsbare doelgroepen. Maar als het initiatief uit die sectoren zelf komt, is het pionieren.

Graag had Sportpunt Klarendal in Arnhem deel uitgemaakt van de veertien zogenaamde ’Proeftuinen Nieuwe Sportmogelijkheden’. Net als dat in de achterstandswijk Klarendal het geval is, loopt daar de laagdrempeligheid als rode draad door de projecten. Het verschil ligt in de financiële mogelijkheden.

Sportpunt Klarendal heeft bij de Alliantie School en Sport en bij de Nationale Sport Alliantie (NSA) aanvragen voor pilotprojecten ingediend. Na de afwijzingen zijn de initiatiefnemers op zichzelf en de steun van de gemeente aangewezen.

„We konden weinig voorbeelden van een project als het onze vinden”, aldus voorzitter Merijn Wilde. „Het is pionieren. Er zijn zelfs mensen vanuit Rotterdam bij ons geweest om te vragen hoe wij het aanpakken.”

Het beste voorbeeld ligt dicht bij huis, bij Recreatieve Sport Vereniging Vredenburg (RSVV) in Arnhem. RSVV werd in 1974 in een nieuwbouwwijk opgericht en bood de leden zeventien takken van sport aan voor één prijs. De belangstelling was met 600 leden aanvankelijk overweldigend. De club is nu kleiner, maar heeft leden in de hele regio.

Dat Sportpunt Klarendal van de NSA niet de status van proeftuin kreeg, is niet verwonderlijk. VWS maakte de sportkoepel NOC-NSF namelijk tot initiatiefnemer en stelt daarvoor tot en met 2010 een bedrag van 13.8 miljoen euro beschikbaar. De projecten moet ertoe leiden dat sportverenigingen hun aanbod aanpassen aan een bredere doelgroep.

In de Rotterdamse proeftuin gaat gebeuren wat Sportpunt Klarendal wenst: verenigingen die naar de sportarme achterstandswijken toe komen. De activiteiten zullen plaatsvinden op en rond de scholen, waar alternatieve competities worden gehouden.

Op die manier wil Rotterdam acht schoolsportverenigingen oprichten die elk minstens vier takken van sport aanbieden. In Nijmegen richten sportverenigingen voor naschoolse sportopvang dependances op in de wijken. Er wordt gestreefd naar een dekkend aanbod voor de hele stad.

Een van de speerpunten van de sportnota ’Tijd voor Sport’ van VWS is sport naar het onderwijs, naschoolse opvang, de wijken en kwetsbare doelgroepen brengen. De taak om dat te doen ligt bij de sportverenigingen. Om die daarvoor te versterken heeft staatssecretaris Bussemaker (VWS) in 2008 voor sportbeleid 10 miljoen euro extra beschikbaar en vanaf 2009 zelfs 20 miljoen. Over vier jaar moet tien procent van de clubs die taken vervullen. Daarvoor worden 2500 zogenoemde combinatiefuncties gecreëerd tussen sport en onderwijs.

Daardoor kunnen professionele trainers zowel bij de vereniging als op school werkzaam zijn. Bij Sportpunt Klarendal vervult Edwin van Gastel als vakleerkracht bewegingsonderwijs, én bestuurslid van de sportvereniging die rol al.

mailIcon print |