*

 

Veldhuis begint volwassen te worden

Fred Troost − 10/12/07, 02:28

De verbetering van het wereldrecord op de 4 x 100 estafette biedt hoopvolle verwachtingen op de drempel van het olympisch jaar. Jacco Verhaeren nam voor het eerst het woord ’goud’ in de mond.

Het oude wereldrecord was al in bezit van een Nederlands viertal: 3.33.32, gezet in april 2006 in Shanghai. Daar knabbelden gisteren Hinkelien Schreuder, Femke Heemskerk, Ranomi Romowidjojo en Marleen Veldhuis in Eindhoven 2.47 seconden vanaf (3.30.85). Gerechtigheid, vond Veldhuis. ,,Het record stond nog wel op onze naam, maar het was al verbeterd. Door een fout telde dat echter niet. Nu hebben we het vaster in bezit.’’

Een Australisch kwartet zwom in Brisbane ook al binnen de tijd van Shanghai (3.31.93), maar omdat de Australiërs de wedstrijd niet volgens de reglementaire normen hadden aangemeld, werd het record door de internationale zwemfederatie niet erkend.

Niet alleen de toenemende dreiging van naderbij komende concurrentie zorgde voor de motivatie. Nadat de vier zwemsters in de wedstrijden tijdens de Swimcup optimaal gepresteerd hadden, was de juiste stimulans ontstaan die de meiden op scherp zette. De entourage van de eigen accommodatie en het eigen publiek, dat keurig een half uur op de aangekondigde apotheose bleef wachten tot het bad van 50 naar 25 meter was verkort, deed de rest.

„Dat wereldrecord hebben we een beetje zien aankomen”, glimlachte Verhaeren. „Er is zoveel kwaliteit in de ploeg dat de estafette op de Spelen een nummer met medaillepotentie is. En dan denk ik aan goud. Dat durf ik best hardop te zeggen.” Veldhuis leek ervan te schrikken: „We hebben een goede ploeg, dat is waar. Maar op de Spelen krijgen we te maken met Australië, Duitsland en Amerika. Dan kan het goud worden, maar ook zilver of brons of niets.”

Verhaeren erkende dat: „Er kan iemand een seconde te vroeg starten en dan ben je weg. En we kunnen ook met blessures te maken krijgen.” Hij weet die doemscenario’s echter verder weg sinds zijn selectie in de breedte is gegroeid. ,,Bij de 4 x 100 hebben we acht zwemsters die binnen de olympische limiet gezwommen hebben. Als iemand wegvalt, is die makkelijk te vervangen. We kunnen de toppers in de series sparen.’’

Er was meer reden tot tevredenheid voor de bondscoach. „In de 100 vrij bij de vrouwen en de 200 vrij bij de mannen is het veld in de breedte enorm opgeschoten. We beginnen een serieus zwemland te worden.”

Grootste groeiparel is Marleen Veldhuis die met een Nederlands record (53.58) het wereldrecord van de Duitse Britta Steffen benaderde. De Nederlandse ziet Steffen als voorbeeld: ,,Dan heb ik haar race in Berlijn in mijn hoofd. Die was echt perfect.’’

Volgens Verhaeren heeft Veldhuis geweldige sprongen voorwaarts gemaakt. „Als ik een zwemster moet noemen die op koers is voor een gouden medaille in Peking is zij het. Sinds ik haar een paar maanden geleden begon te trainen is ze een seconde opgeschoten op de 100 meter en zeventiende op de 50. Van Marleen kun je een wereldrecord verwachten. In alle wedstrijden die zij zwemt is dat zomaar mogelijk.’’

Verhaeren traint veel met Veldhuis op race-verdeling. „Je moet de 100 meter voluit gaan, maar gedoseerd voluit. Marleen begon steeds te enthousiast, vandaag ook nog. Maar het gaat steeds beter; ze begint volwassen te worden.”

Veldhuis toonde zich tevreden: „Ik ga steeds sneller zwemmen, want ik voel de hete adem van anderen in mijn nek. Dat geeft mij extra motivatie.”

mailIcon print |