*

 

Als de afsprong maar perfect is

Fred Buddenberg, Stuttgart − 08/09/07, 02:27

Alles draait om de afsprong. Een perfecte landing in de ringenfinale op de WK turnen kan Yuri van Gelder vandaag aan de mondiale titel helpen. En aan een ticket voor de Spelen van Peking.

Begin vorig jaar bracht Yuri van Gelder (24) voor de tweede maal een bezoek aan het nationale trainingscentrum van de Chinezen in Peking. Hij werd gastvrij ontvangen en was verrast door de ontspannen sfeer tijdens de trainingen. „Ik vond dat ze erg rustig aan deden. Het was een gezellig boeltje bij elkaar, ze lieten zeker niet het achterste van hun tong zien. Zo zal het niet altijd zijn. Ik zag de schema’s van de kleintjes en die werden behoorlijk aangepakt. Een andere cultuur, trainen voor je vaderland.”

Van Gelder kwam ook Chen Yibing (23) tegen, vandaag op de WK in Stuttgart zijn grootste concurrent voor de mondiale titel op ringen. De wereldtoppers hadden weinig contact met elkaar. Er werd vooral naar elkaar gekeken, de taalbarrière stond een gesprek in de weg. Maar het wederzijdse respect was er. „Lichaamstaal zegt vaak al genoeg”, zei Van Gelder eerder deze week over de ontmoeting van destijds met Chen Yibing.

De twee zijn vanmiddag tijdens de toestelfinales in de Hanns Martin Schleyer Halle de grootste kanshebbers voor de wereldtitel op ringen. Ze behaalden bij de landenwedstrijd allebei een score van 16.600. Met de volgorde in de finale heeft de Waalwijker het niet getroffen. Hij is de nummer drie, terwijl zijn Aziatische concurrent als achtste en laatste aan de beurt is. Dat mag volgens Van Gelder geen probleem zijn. „Het moet goed gaan op het goede moment.”

Bij de WK van vorig jaar in het Deense Aarhus nam Chen Yibing de wereldtitel over van Van Gelder, die achter de Bulgaar Jontsjev als derde eindigde. Er was toen veel discussie over de afsprong van de landmachtsergeant. De juryleden vonden dat de afsprong – een dubbelsalto gestrekt met een hele schroef – niet gestrekt, maar gehoekt was. Die afwijkende beoordeling leverde een aftrek van drietiende punt op.

Vanaf dat moment sloop er twijfel in de gedachten van Van Gelder. Zijn leven raakte in de ban van de vraag: welke afsprong past het beste bij mij? Hij sloeg aan het experimenteren, maar keerde uiteindelijk toch terug bij de afsprong die hij in Aarhus deed. „In een paar maanden heb ik vier verschillende afsprongen getraind. Dat was niet goed. Je moet bij één ding blijven en daar moet je je op concentreren. Daarom is de afsprong nu een beetje te wisselvallig. In korte tijd heb ik op te veel afsprongen getraind.”

Met een perfecte landing moet Van Gelder vandaag de basis leggen voor zijn tweede mondiale titel – in 2005 was hij in Melbourne al de beste van de wereld. De rest van zijn oefening beheerst hij tot in de puntjes. Een fout zoals bij de Europese kampioenschappen in Amsterdam, toen hij een krachtelement geen twee seconden had volgehouden, zal hem niet snel meer overkomen. Het gaat om de afsprong, die bij de landenwedstrijd in Stuttgart nog enigszins ontsierd werd door een klein stapje.

„In bed denk ik aan de afsprong en op het moment dat ik in de ringen ga denk ik eraan. Tijdens de oefening werk ik element voor element af. Maar bij de laatste handstand spookt de afsprong door mijn hoofd. Je bent dan al zo verzuurd dat je je armen bijna niet meer voelt. Dan komt het puur op techniek aan en moet je hopen dat je nog de kracht hebt om het perfect uit te voeren.”

Na de kwalificatie voor de toestelfinale viel er een last van de schouders van Van Gelder af. Hij vond dat hij iets moest rechtzetten, zowel voor hemzelf als voor de buitenwereld. „Na de EK was het een tijdje rustig met wedstrijden en dan gaan de mensen meteen weer denken: leeft die Van Gelder nog wel? Ik heb me hier weer laten zien, maar ik ben er nog niet. Ik moet het nóg een keer doen. Vandaag staat de teller weer op nul.”

Alleen met de wereldtitel kan Van Gelder zijn droom realiseren: goud winnen op de Olympische Spelen. In Athene was hij vrijwilliger, in Peking wil hij om het allerhoogste meestrijden. „Sinds de regel is veranderd dat je je niet alleen met je land maar ook individueel kunt plaatsen, denk ik aan de Spelen. Maar dan moet ik hier wereldkampioen worden. Tweede worden is een wereldprestatie, maar je hebt er niets aan als je naar de Spelen wilt.”

mailIcon print |