*

 

’Hier heb ik 23 jaar voor gewerkt’

Antal Crielaard, Peking − 11/08/08, 00:00

Judoka Ruben Houkes won zaterdag de eerste medaille voor Nederland. Het olympisch brons voelde als een beloning, in een loopbaan die bijna voortijdig was geknakt.

De koninklijke familie is zojuist aangeschoven in de olympische judohal. Wereldkampioen Ruben Houkes heeft in de klasse tot 60 kilo de halve finale bereikt en derhalve zicht op een medaille op het allerhoogste niveau. Ook Erica Terpstra zit op de tribune. Ze vouwt haar handen rond haar mond en schreeuwt een luide aanmoediging. De hoogwaardigheidsbekleders kijken elkaar verlekkerd aan. Ze zijn klaar voor de eerste Nederlandse medaille.

Die hoop duurt precies 24 seconden. Dan ligt Houkes al op de rug. De Zuid-Koreaan Choi, de latere winnaar, verrast hem met een onverwachte techniek. Een onachtzaamheid, zegt Houkes. Hij had beter moeten opletten. De Haarlemmer doet het incident later op de dag schouderophalend af. Hij straalt dan van oor tot oor, en krijgt ’s avonds in het Holland House alsnog zijn koninklijke deel. Prinses Maxima huldigt hem, met twee klinkende zoenen, op elke wang één.

De strijd om brons heeft hij namelijk wel in zijn voordeel beslist, door te winnen van de Israëliër Yekutiel. Na drie kleine scores verslaat hij hem uiteindelijk met een armklem.

De lichtgewicht viert zijn eerste bronzen medaille vervolgens uitbundig. Na de gebruikelijke beleefdheidsgroet naar tegenstander en scheidsrechter vliegt hij bondscoach Maarten Arens in de armen. Later, tijdens de huldiging, is hij de meest uitgelaten sporter op het ereschavot. „Ik was me er heel erg van bewust op welk niveau ik hier aan het sporten was. Er is op de Spelen zoveel gekkigheid. Toen ik had gewonnen kwam al die spanning eruit. Hier heb ik 23 jaar en twee maanden voor gewerkt.”

De manier waarop Houkes en Arens elkaar direct na de strijd om het brons in de armen vielen, vertelde het verhaal van hun samenwerking. Begin 2005 was de 29-jarige judoka zijn sport beu. Hij had het plezier verloren en wilde het liefst stoppen. Juist in die tijd stelde de judobond Arens aan als bondscoach. De oud-judoka nam Houkes onder zijn hoede, stuurde hem naar een sportpsycholoog en zag zijn pupil langzaam veranderen.

De Houkes die zaterdag in Peking de tatami betrad liep fier en recht. De borst vooruit. De lange lichtgewicht, met zijn 1.76 de grootste in zijn klasse, maakte van zijn nadeel (lengte) een voordeel en ging prijzen winnen. Het begon met een bronzen medaille op het EK in 2005, het eindigde gisteren met olympisch brons. Zijn hoogtepunt beleefde hij vorig jaar in Rio de Janeiro, waar hij wereldkampioen werd.

Arens: „Ik heb hem geholpen zijn plezier terug te krijgen. Hij had er geen zin meer in, baalde van trainingskampen en kon zich maar moeilijk opladen. Judo is een heel leuk spelletje, dat beseft hij nu heel goed. Het succes is ook een beetje mijn succes, maar ik heb hem alleen maar geholpen. Niemand had twee jaar geleden verwacht dat hij dit zou bereiken. De eerste olympische medaille voor een Nederlandse lichtgewicht. Dat is uniek.”

De kans dat Houkes stopt na de Spelen is groot, al verwacht Arens dat hij er nog wel een jaartje aan vastknoopt. Maar het afvallen om onder de 60 kilo te blijven en de voortdurende trainingen is Houkes beu. Ook daarom genoot hij zo van het succes; in Rio de Janeiro overviel het hem nog, nu was hij er klaar voor. „Het was niet ontzettend mooi”, analyseerde hij zichzelf. „Maar wel heel effectief. En daardoor misschien toch leuk om naar te kijken.”

mailIcon print |