Stel je bent profwielrenner, je hebt een behoorlijk sterk geweten en bent redelijk thuis in de keiharde en soms niets ontziende wielerwereld van deze tijd.
Stel je hebt de afgelopen maanden hard getraind, omdat je weet dat je wellicht nog beter kunt. Je staat met beide benen in de wielerwereld, schuwt het avontuur bepaald niet, bent voorzichtig in je chemische ondersteuning, luistert naar wat je ploegleider je vertelt en denkt dat je toch onafhankelijk bent. Dat je een fraai beroep uitoefent, dat weliswaar eindig zal blijken te zijn, maar dat je in staat stelt een goede tien jaar van je jonge leven met plezier uit te oefenen.
Stel je voelt dat dit seizoen jouw doorbraakjaar zal zijn. Je voelt de samengebundelde kracht al en het finishdoek krijgt fraaie kleuren in je dromen. Stel je bent in staat te gaan doen wat je denkt dat je kunt. Stel dat je geestelijk sterk bent en weet wat het lijf moet gaan doen.
Dan wil je opstappen in bepaalde wedstrijden. Je wilt graag Parijs-Nice rijden, je gaat voor de Ardennen-klassiekers, je last een rustperiode in mei in en zet in juni alles op de voorbereiding voor de Tour.
En dan hoor je, op een natte avond, als je net van een lange training thuiskomt, dat jouw ploeg helemaal niet welkom is in die wedstrijden. Dat jouw ploeg eigenlijk nergens welkom is. Wat heb jij de wereld misdaan dat dit ’neen’ moest klinken?
Je weet het niet en raakt in verwarring. Je traint nog wel, maar waarvoor eigenlijk? Waar mag je straks nog wél opstappen?
Je houdt je aan alle eisen van deze (wieler)tijd. Je vult je gezondheidspaspoort in, je laat precies weten waar je gaat en staat, je staat onder controle van wel drie artsen, je rotzooit niet buiten de pot, je gelooft in jezelf, je kunt hard fietsen en je voelt je rottig.
Toch ben je nergens gewenst, omdat je lid van de Kazakse ploeg Astana bent, een equipo non grata.
Je kijkt naar de televisie en ziet reportages over oorlogen tussen een wereldbond en organisatoren. Je leest artikelen waarin wordt beweerd dat jouw sport één grote chaos en op sterven na dood is.
Mensen om je heen hebben compassie met je, want je had zo’n leuke toekomst in wat eerst een hobby was. En ze beginnen ook steeds over UCI en ASO en gebruiken termen als macht en politiek gedraai. Je ziet op de tv sportbestuurders die het niet meer weten en je hoort je eigen managers over rechtszaken en bodemprocedures praten.
Je traint, verzorgt jezelf goed en je wilt zo graag. Je wilt de wereld laten zien dat je niets op hebt met dat gedoe. Maar de jouw omringende wereld kenmerkt zich door onkunde, kleinburgerlijkheid en bovenal wurgende arrogantie. Je neemt je voor morgen nog harder te gaan trainen, maar waarvoor eigenlijk?
Zo ongeveer moet Koen de Kort zich vandaag voelen, als met de Omloop Het Volk het seizoen van start gaat. Een leuke, hardwerkende, talentvolle wielrenner. Gevangen in een smerig machtsspel van domme, op geld en macht beluste mensen die voortdurend roepen het goed met de sport voor te hebben. Ik heb te doen met Koen. En al die andere wielrenners die speelbal geworden zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.