*

 

Kramer behoort tot de buitencategorie

Rob Velthuis − 10/03/08, 00:00

Als ster van de WK afstanden in Nagano toonde Sven Kramer de meeste emotie toen hij niét won. Het typeert zijn onbeperkte eerzucht.

Op het moment dat de Amerikaan Shani Davis gisteren zijn 1500 meter voltooide, uitte Sven Kramer langs de kant zijn woede. De Fries realiseerde zich dat hij een kans op goud had laten lopen.

Favoriet Davis finishte in exact dezelfde tijd als Kramer (1.45,32). Het Nederlandse fenomeen had vlak daarvoor in een direct duel de Canadees Denny Morrison net te ver (0.10 seconde) laten uitlopen.

„Natuurlijk ben ik blij met zilver”, aldus Kramer. „Ik heb opnieuw bewezen dat ik er sta op de mijl als het erop aankomt. Aan de andere kant baal ik dat ik goud op een haar na heb gemist.”

De bewondering voor Kramer was er niet minder om. Tijdens drie andere optredens was hij van een uitzonderlijke categorie. Op de openingsdag van het toernooi in het Japanse Nagano won hij de vijf kilometer, zaterdag stond er geen maat op hem tijdens de tien kilometer en gisteren was hij de locomotief die de achtervolgingsploeg naar goud trok. Niets of niemand heeft hij nodig om inspiratie op te doen. Dat het toernooi zich afspeelde in een hal met de ambiance van een graftombe deerde de Fries niet.

Sven Kramer is pas 21 jaar en heeft al acht wereldtitels verzameld. Er wacht hem nog maar één klus om zich bij de allergrootste schaatsers uit de historie te scharen: in 2010 een reeks gouden olympische plakken winnen in Vancouver.

Het is zaak nog twee jaar lang motiverende doelen te vinden. Zonder tegenslag lijkt niets of niemand hem van eeuwige grootheid af te kunnen houden. „Hij is de Johan Cruijff van het schaatsen”, aldus zijn ploeggenoot Erben Wennemars.

TVM-coach Geert Kuiper vergeleek eerder dit jaar in de Volkskrant het doorzettingsvermogen van Kramer met dat van Rintje Ritsma. „Hij heeft een ijzeren wil om te winnen en de geestesgesteldheid om schaatsen zo belangrijk te maken dat al het andere ervoor moet wijken, tot aan de liefde toe. Dat kunnen maar heel weinig sporters opbrengen.”

Daarbij komt, zoals Chad Hedrick in Nagano vol bewondering opmerkte, zijn natuurtalent. En de gelukkige omstandigheid dat vader Yep in de jaren tachtig zelf een topschaatser was. Het plezier, de techniek, de ambitie en de toewijding; Sven Kramer kreeg het van jongs af aan met de paplepel ingegoten.

Vader Kramer volgt zijn zoon op de voet en zegt tegenwoordig dat niets hem meer verbaast. Bij anderen was er toch opnieuw ontzag voor de economische wijze waarop Kramer zaterdag op de tien kilometer met zijn krachten speelde.

Een dag later verraste hij bijna op de 1500 meter, de moeilijke discipline die hij pas dit seizoen echt is gaan beheersen. Vervolgens was er dat wervelende slotakkoord op de ploegachtervolging.

Wat de indrukwekkende tien kilometer betreft; de doorgaans zo eigenwijze olympisch kampioen Bob de Jong stamelde dat hij er nog nooit een van dat kaliber dat gezien. Hij ’won’ brons op bijna 27 seconden achterstand, bijna een volle ronde.

Hedrick werd in een direct duel daadwerkelijk ingehaald door de meester. De Amerikaan was zo wanhopig na de vernedering, dat hij overwoog zijn trots overboord te gooien en een pact te sluiten met Shani Davis, zijn landgenoot met het botsende karakter. „Sven heeft vijf, zes man in zijn ploeg om mee samen te werken, ik moet alles alleen doen.”

Kramer moest in Nagano voor het eerst dit seizoen op de tien kilometer vol aan de bak, omdat hij nu eens niet in het laatste paar startte. Ofschoon de tekenen van vermoeidheid in de slotronden waarneembaar waren, hield hij het vermogen om ontspannen met de juiste techniek te blijven rijden. Zijn tocht naar goud had op een hooglandbaan in Calgary of Salt Lake City tot een opzienbarend wereldrecord geleid.

Op de lange afstanden en als allrounder is Kramer niet te kloppen. Daar maakt hij ook geen geheim van, de rijder uit Oudeschoot gooit zijn ambities op Amerikaanse wijze naar buiten. Er is echter ook een keerzijde aan zijn overmacht die hem ergert. Hoe verder hij zijn tegenstanders op achterstand zet, hoe meer de prestaties van de verliezers worden gerelativeerd, zo merkt hij. Na de 1500 meter zei hij getergd: „Iedereen roept dat er op deze afstand wel veel goede schaatsers zijn. Maar als ik straks ga winnen, stelt dat zeker ook niks meer voor. Dat ik op de vijf en tien kilometer zoveel afstand neem, komt gewoon doordat ik de dingen goed doe. Niet omdat de rest er niets van kan.”

mailIcon print |