Jo-Wilfried Tsonga is de verrassende finalist op de Australian Open. De Fransman tennist in een stijl die doet denken aan Mohammed Ali, de legendarische bokser.
De nieuwe generatie in het internationale mannentennis is een fenomeen rijker: Jo-Wilfried Tsonga. Zelden manifesteerde een ’onbeschreven blad’ zich zo vastberaden en onbevangen op een grandslamtoernooi als de 22-jarige Fransman in Melbourne. Rafael Nadal, toch wel wat gewend, werd voorbijgeraasd door een niet af te remmen TGV, de Tsonga Grande Vitesse.
Voor wie Tsonga de afgelopen twee weken op de Australian Open zag spelen tegen Murray (nummer negen van de wereld), Warburg, Garcia-Lopez, Gasquet (acht), Joezjni (veertien) en Nadal (twee), moet het een raadsel zijn dat de bruisende tennisser uit Le Mans over een blanco erelijst beschikt, afgezien van twee dubbeltitels. De verklaring is simpel: in zijn vier jaar als professional werd hij achtervolgd door lichamelijk leed. Met name zijn rug en schouders hielden een opmars tegen.
Nu hij al bijna een jaar eindelijk pijnvrij is wil Tsonga het verloren terrein zo snel mogelijk goed maken. In januari 2007 arriveerde hij in Melbourne als de nummer 212 van de wereld, bij zijn vertrek straks mag hij zich een lid van de mondiale toptwintig noemen. En als hij zondag de hoofdprijs binnensleept, zwaait zelfs de deur naar de toptien open.
Tsonga is een typisch product van de Franse school. Vroegtijdig gescout en opgeleid tot een allround tennisser, bij wie kracht altijd hand in hand gaat met een bovenmatig ontwikkelde techniek. Tegen Nadal zag het er allemaal heel stoer uit, maar vaak demonstreerde hij ook zijn verfijnde techniek, vooral aan het net. Frankrijk heeft altijd aanvallend ingestelde tennissers gehad: Noah, Leconte, Pioline, Grosjean, Gasquet en nu is daar opeens Tsonga.
Op grandslamtoernooien bleven Franse successen achterwege. Tsonga is pas de tweede tennisser uit Frankrijk die deze eeuw in de finale van een Grand Slam staat. Clement, met Llodra nu weer in de eindstrijd van het dubbelspel in Melbourne, verloor in 2001 in de finale van de Australian Open van Agassi. En wat te denken van de laatste Franse grandslamwinnaar? Noah in 1983 (!) op Roland Garros.
„Dit is belachelijk”, zei Tsonga na zijn stunt tegen Nadal, die hij bijna ingetogen vierde. Zo verbaasd was hij over zijn onverwachte succes. Hij waande zich in een gemanipuleerd videospelletje. „Het is een droom, ongelooflijk”, stamelde de voetballiefhebber, zoon van een Franse moeder en een Congolese vader, een oud- handbalinternational.
Het optreden van Tsonga in Melbourne riep herinneringen op aan de opmars van Baghdatis twee jaar geleden in de Australische metropool. De Cyprioot haalde ook helemaal vanuit het niets de eindstrijd in de Rod Laver Arena. Evenals Tsonga schakelde Baghdatis destijds met Roddick, Ljubicic en Nalbandian drie spelers uit de toptien uit. In de finale was hij niet opgewassen tegen Federer.
De tegenstander van Tsonga komt vandaag uit de strijd tussen Federer en Djokovic, twee toppers tegen wie hij nooit eerder speelde. „Ze zijn gewaarschuwd”, zei de Fransman in een vlaag van opperste euforie. En waarom niet, zal hij gedacht hebben. In 1997 veroverde de Braziliaan Kuerten in zijn eerste grandslamfinale de titel op Roland Garros.
In de partij tegen Nadal werd duidelijk dat Tsonga zijn bijnaam Mohammed Ali niet alleen dankt aan de uiterlijke gelijkenis met de legendarische bokser. Net als Ali in zijn beste dagen danste Tsonga als een vlinder over de baan en hadden zij slagen de kracht van ontploffend dynamiet. Nadal voelde zich opgejaagd en hing na nog geen twee uur murw in de touwen: 6-2, 6-3 en 6-2. Vooral het verschil in winners was opmerkelijk: 49 voor Tsonga tegen 13 voor de Spanjaard.
Een ongewone ervaring voor Nadal. Door zijn intimiderende houding, zijn dwingende oogopslag, zijn wilde haardos en zijn gespierde torso boezemt de de 21-jarige Spanjaard zijn tegenstanders doorgaans de nodige angst in. Gisteren was hij niet de piraat die de bevelen uitdeelde, maar zat hij in het ruim aan de riemen.
Gelaten incasseerde Nadal zijn nederlaag. „Ik speelde goed, maar niet goed genoeg om van deze Tsonga te winnen”, zei de nummer twee van de wereld na een van zijn meest ontluisterende verliespartijen op een Grand Slam. Eén keer eerder maakte hij op het allerhoogste niveau slechts zeven games in drie sets, in 2004 op de US Open tegen Roddick.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.