Dat aan zijn functie als basketbalbondscoach een eind is gekomen, vindt Marco van den Berg jammer, maar het deert hem niet echt. „Ik zit hier thuis als gelukkig mens op de bank.”
Ongetwijfeld is de éénjarige Jasmine, die tijdens het interview op de grond rondkruipt, een belangrijke factor voor die gelukkige bankzit. Na haar geboorte is er nogal wat veranderd. Van den Bergs vrouw, nu nog psychologe in de ouderenzorg, prefereert een moederjob, waardoor noodzakelijke binding aan het Almeerse adres wegvalt. Voor de plannen van de ambitieuze coach schept dat ruimte.
Dat hij geen bondscoach meer is, het zij zo. De officiële reden neemt hij voor kennisgeving aan. „De bond heeft geen geld voor een fulltime coach. Dan moet ik er een club bij nemen. Maar in de voorbereidingstijd van de competitie zou ik met het nationale team bezig moeten zijn. Geen club die dat accepteert.”
Het heeft een diepere reden dat zijn contract niet verlengd is, vermoedt hij. „Ik wilde een revolutie en als bondscoach predikte ik die ook. De bond en de clubs willen hooguit een evolutie.”
Het meningsverschil spitste zich in de praktijk toe op meningen die hij als bondscoach uitte. „Ik sprak de clubs via de media aan om meer in de sport te investeren. Dus niet een team van vijf Amerikanen opstellen. Dat gebeurt in geen enkel land met een topcompetitie. Ik pleitte voor investeren in jeugdopleidingen. In Nederland is geen enkele club met een fatsoenlijke jeugdopleiding. Ik zou willen eisen dat iedere club jaarlijks voor 150.000 euro in de jeugd investeert. Ook wilde ik een eind aan het concurrentie vervalsende fiscale voordeel dat Amerikanen voor de clubs goedkoper maakt dan jonge talenten.”
Dat viel uiteraard verkeerd bij de clubs. Van den Berg: „De bond zou tegengas moeten geven, maar doet dat niet. Het is het beschermen van de eigen belangetjes, meepraten met de kortzichtige achterban. Mijn conclusie was dat NBB-mensen die het voor het zeggen hebben, niet openstaan voor revolutie.”
Hij geeft toe dat zijn optreden in de media niet verstandig was. „De clubs stoorden zich eraan als ik hun Federatie Eredivisie Basketbal de Federatie Amerikaans Basketbal noemde. Geen FEB maar FAB. Dat vonden ze niet leuk.”
Niettemin was hij enthousiast aan het werk. Hij schreef een programma voor het nationale team. En met Oranje kon hij bogen op een redelijk succesvolle EK-kwalificatie, al werd het doel, promotie naar de A-divisie, net niet gehaald.
De koude douche kwam bij de evaluatie na die plaatsingsduels. „Dat was een grauwe belevenis, zo’n teleurstelling. Die evaluatie was helemaal niet gericht op de energie die Kees (van Rootselaar, assistent-coach, red) en ik erin gestopt hadden, maar ging over ondergeschikte punten. Die mensen waren helemaal niet blij met wat was geweest. Mijn enthousiasme kwam in dat gesprek in een neerwaartse spiraal terecht. Ik voelde me moe, eenzaam, niet in mijn ambitie gesteund. Het momentum werd onvoldoende gedeeld door de mensen die de beslissingen nemen. Toen al concludeerde ik dat ik alleen verder wilde gaan als we het inhoudelijk eens zouden zijn en dat kon alleen als de baan fulltime zou worden.”
Dat laatste kon financieel niet en dat is aangevoerd als het officiële struikelblok. Van den Berg: „De bond gaf aan wel met me verder te willen. Er zijn punten genoemd die ze willen realiseren, binnen een half jaar. Het was een geheime toezegging; ik praat er nu nog niet over, maar ik heb mijn twijfels over de verwezenlijking.” Luchthartiger: „O ja, en ik moest ophouden de FEB tegen de haren in te strijken.”
Het is geen zorgenpunt meer. Zorgen ziet hij sowieso niet. „Het wegvallen van mijn werk als bondscoach geeft me de ruimte om afstand te nemen, geeft me energie om richting aan mijn toekomst te geven”, zegt hij. „Ik heb de beste jaren als coach nog voor me.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.