Afgelopen donderdag heb ik vol verbazing naar de verrichtingen van voetbalclub PSV zitten kijken. Dat was voor het eerst in het seizoen en de vrije avond, gevuld met klassiek kassie-kijken, leverde me een hoop vragen op.
Ten eerste: was dit topsport?
Als je niets van voetbal weet en je krijgt zo’n wedstrijd voorgeschoteld*dan ren je toch gillend het huis uit, lijkt me. In de tweede helft, bij gebrek aan beter, hebben we eens zitten tellen hoeveel passes bij beide teams achter elkaar verkeerd uitkwamen: negen maal. Ongehoord.
Nou is deze bekercompetitie niet Europa’s eerste uitstalkast, maar je mag toch verwachten dat er redelijk gevoetbald wordt op dit niveau in dit gedeelte van de competitie, maar dat bleek dus niet het geval.
Armoede was het, eigenlijk aan beide kanten (hoewel de Italianen in de tweede helft goed gingen combineren) en alleen zo’n boefachtig profje uit Roemenië (een speler die alle kattenkwaad van de wereld heeft geleerd en uitgevoerd, dat zag je hem zo af) maakte het verschil.
Hoewel de stoethaspelende PSV-keeper (moest die geen Nederlander worden om Van der Sar te gaan opvolgen?) natuurlijk de show stal in de tweede helft.
Zelden zo’n dolkomische grabbelaar gezien: struikelen, bal nog net aanraken, bal tegen lat, ongelukkig vallen, maar wel weer scherp, bal gestopt voor de lijn, heerlijk, heerlijk, heerlijk.
Wat het ergste was: dat ze bij PSV op geen enkele manier de bal op redelijk gestructureerde manier in de aanvalslinie konden krijgen; de korte breedtepass is van levensbelang voor de amechtige spelers.
Alles was ’op hoop van zegen’, alles ging met een angstaanjagend amateurisme gepaard. Niemand kwam boven het maaiveld uit; het waren voor mij elf min of meer onbekende profs.
Is er geen ’leider’ in het team, of was dat de man die de penalty kinderlijk eenvoudig om zeep hielp?
En wat doet zo’n verwend spitsje als Lazovic daar in hemelsnaam in het veld? Bij Vitesse liep hij al op zijn tenen.
Kortom: ik heb me behoorlijk zitten vervelen en heb, en passant, nog wel een stuk in een weekblad kunnen lezen.
Wiens PSV is dit eigenlijk? Dat was de gedachte die bij me postvatte na vijftien minuten hopeloos slecht veldspel in de eerste helft. Wie heeft al deze spelers van heinde en verre gekocht en vooral: waarom? Mendez, Dzsudzsak, Vüyrynen? Help. Is dit de erfenis van Ronald Koeman? Of moet je nog verder gaan?
Na afloop kwam ineens een stropdasloze Guus Hiddink vertellen dat hij dit PSV helemaal niets vond. Ik was blij dat hij mijn mening deelde en besefte dat hij het over zijn eigen erfenis had. Dat sprak niet helemaal makkelijk.
Na twintig seconden had hij echter gezegd wat hij te zeggen had, maar toen moest de uitzendtijd nog met nog een kwartier gerekt worden en riep god en alleman dat PSV niet goed genoeg was en kreeg je een koppijnmakende herhaling van meningen en woorden. De nabeschouwing had 45 seconden kunnen of moeten duren en eigenlijk was dat al te lang geweest.
Dan maar kampioen worden, zei iedereen in koor.
Aangeslagen en wel moet dat morgen lukken. Tafellaken en servet, dat is PSV altijd geweest, dat zullen ze altijd blijven. Straks lachend en blij Nederlands kampioen, maar op donderdagavond onwaarschijnlijk matig en kansloos tegen een stelletje fris van de lever spelende Italianen.
Toen het museumstuk Christian Vieri nog het veld inkwam, had men het licht beter uit kunnen doen in het Philips Stadion.
Maar daar gaat het, geloof ik, werkelijk om in Eindhoven.
Om licht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.