(Novum) - Koos Moerenhout toonde zich na afloop van de elfde etappe in de Tour de France tevreden met zijn vierde plaats. "Ik was de minste sprinter van de twaalf man vooraan. Meer zat er gewoon niet in", vond de 34-jarige renner van Rabobank. Ook ploegleider Erik Breukink had geen reden tot klagen. "Natuurlijk wil je altijd winnen, maar een vierde plaats is ook niet onaardig."
Moerenhout bleek in de slotfase nog over extra krachten te beschikken toen hij reageerde op een geslaagde uitlooppoging van Kurt Asle Arvesen, Martin Elmiger en Alessandro Ballan. De Nederlander slaagde er in naar het trio toe te rijden, maar had daarmee zijn kruit verschoten. "Het moment dat ik erbij kom, is mijn enige kans", wist hij. "Maar wat het hoofd wel wilde, konden de benen niet meer leveren. Ik was echt helemaal leeg, hoezeer ik ook mijn best deed in de sprint." De Noor Arvesen bleek uiteindelijk over het beste eindschot te beschikken.
Met zijn plaats in de kopgroep had Moerenhout in ieder geval aan de wens van de ploegleiding voldaan. "Het was onze opdacht om met een mannetje mee te zitten", vertelde hij. Toch had Breukink niet in de eerste plaats aan Moerenhout gedacht. "Ik noemde Posthuma, Tankink en Langeveld, maar Koos gaf zelf aan mee te willen doen", lachte de ploegleider. "En dan zit juist hij erbij. Opvallend, maar toch ook weer niet. Koos is een man met veel ervaring, hij voelt wanneer het gebeurt."
Kopman Denis Menchov beleefde een heel wat minder hectische dag. Hij kwam op een klein kwartier van de winnaar veilig in het peloton over de streep. "Bij de beklimming van de Portal moest hij vooraan zitten", gaf Breukink aan. "Dan kan je niks gebeuren en hoef je niet nerveus te zijn. Hij kwam er dan ook zonder problemen over."
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.