Als er één sport is waarin technologische ontwikkelingen belangrijker zijn dan vaardigheden van deelnemers, dan is het de Formule 1. Nu er mede onder druk van de kredietcrisis een initiatief is om daaraan een einde te maken, wordt gevreesd voor de toekomst van dit commerciële racecircus.
Om de kosten beheersbaar te maken, wil het management van de Formule 1 met de internationale autofederatie Fia alle racewagens in 2010, 2011 en 2012 uitrusten met een standaardmotor en -versnellingsbak. De privéteams zouden daardoor beter de concurrentie aan kunnen gaan met de autofabrikanten die in de sport actief zijn.
Een prachtig neveneffect, dat eigenlijk de hoofdzaak zou moeten zijn, is dat de Formule 1 eindelijk een wedstrijd wordt tussen coureurs, in plaats van een wedloop van constructeurs. Daarvoor worden al twee klassementen opgemaakt. Dat van de coureurs is onbetrouwbaar, wie voor de beste renstal rijdt heeft de meeste kans. Dat van de constructeurs wordt vooral bepaald door geld.
Toyota was de eerste die heeft aangekondigd van de Formule 1 over te stappen naar de 24 uur van Le Mans, indien de beperkingen worden doorgevoerd. De Japanse autofabrikant is met circa 400 miljoen euro de grootste investeerder in de Formule 1. Ferrari dreigt met dezelfde stap, al houden de Italianen slagen om de arm. Alle zes in de belangenorganisatie Fota georganiseerde autofabrikanten zijn niet blij met het initiatief.
Nu de hoogste bazen in de autosport zich realiseren dat ze bijten in de handen die hen voeden, blijkt de revolutie minder drastisch dan hij lijkt. Wie tegen is, heeft twee alternatieven: 1. De grote teams stellen voor maximaal vijf miljoen euro per seizoen motoren ter beschikking aan de kleinere teams. 2. Zelf met voorstellen komen die de kosten verminderen.
Hoe het ook zij, de autofabrikanten zullen niet accepteren dat in gelijkwaardige auto’s wordt gereden. Met de eigen motor wordt het hart uit de auto’s gehaald en daarmee de essentie uit hun sport: door innoveren het beste uit een auto halen en daarmee hun merk promoten.
Er is een maatregel waarmee die wedloop gehandhaafd blijft én de Formule 1 een sportieve strijd wordt. Maak een onafhankelijke poule rijders, die een seizoen lang rouleren over alle wagens. Het geld blijft zo een rol spelen waar het gaat om de ontwikkeling van de beste auto. En op het sportieve vlak behoort oneerlijke concurrentie tot het verleden.
Dat is echter het laatste waarover de rijke renstallen zich druk maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.