Met vijftien jaar werd Anish Giri de jongste schaakkampioen van Nederland. Met het begrip wonderkind heeft dat al lang niets meer te maken.
Toen Anish Giri anderhalf jaar geleden als dertienjarige zijn eerste grootmeesternorm scoorde, vroeg viervoudig Nederlands kampioen Hans Ree zich af hoe het toch kan dat overal ter wereld kleine kinderen als grootmeesters spelen.
Hij stond versteld, omdat diezelfde dag een elfjarige eenzelfde resultaat behaalde. „Was mijn generatie dan zo stom, dat ze er tien jaar voor nodig hadden om een beetje behoorlijk te leren schaken?”, schreef de schaakmedewerker van NRC Handelsblad. Ree, geboren in 1944, werd internationaal grootmeester in 1980.
Giri mag zich sinds april met zijn derde topscore als veertienjarige de jongste schaakgrootmeester ter wereld noemen. In de glorietijd van Hans Ree zou hem dat het label ’Wonderkind’ hebben opgeleverd. Het is echter duidelijk dat het begrip jonge schaakvirtuoos niets met hoogbegaafdheid te maken hoeft te hebben. De gemiddelde leeftijd van topschakers wordt nu eenmaal steeds lager. En dat heeft meer te maken met het gebruik van computers, dan met ’kosmische straling of genetische mutaties’, waaraan Ree ’bijna zou denken’.
Bobby Fischer was in 1958 een uitzondering toen hij op een leeftijd van vijftien jaar, zes maanden en een dag internationaal grootmeester werd. Uiteindelijk bleek de genialiteit van de Amerikaan weliswaar een wereldtitel op te leveren, maar ook te raken aan krankzinnigheid.
Zijn record als jongste grootmeester hield stand tot 1991, toen het Hongaarse meisje Judit Polgar hem afloste met vijftien jaar, vier maanden en 28 dagen. Sinds het begin van deze eeuw mag Sergei Karjakin zich met twaalf jaar en zeven maanden de jongste aller tijden noemen. Op die ranglijst staat Giri op de twaalfde plaats.
De Hongaar Laszlo Polgar wilde in de jaren tachtig met zijn controversiƫle opvoedingsexperiment aantonen dat topschakers maakbaar zijn. Met zijn drie dochters (Judit, Zsofia en Zsuzsa) slaagde hij daar in meer of mindere mate in.
Ook Giri is van mening dat hoge begaafdheid of intelligentie niet de sleutel is om een topschaker te worden. „Schaken is meer een manier van logisch denken dan een gave”, beweert hij.
De kersverse Nederlandse kampioen woont in Rijswijk, maar heeft slechts schaaktechnisch de Nederlandse nationaliteit. Hij werd geboren in Sint Petersburg uit een Nepalese vader (Sanjay) en een Russische moeder (Olga). Sanjay Giri emigreerde met vrouw en drie kinderen in 2007 vanuit Japan naar Nederland, waar hij in Delft een baan heeft als onderzoeker bij een technologisch instituut.
In Nederland ontwikkelde Anish Giri zich snel. Hij spreekt vloeiend Nederlands, daarnaast beheerste hij al Engels, Russisch, Japans en Nepalees. Op schaakgebied is hij voor Nederland de hoop in magere jaren geworden. Zelf is hij nuchter onder de lyrische beschouwingen die hem al een tijdje achtervolgen.
Ondanks zijn jeugdige leeftijd wordt hij door insiders gezien als iemand die schaakt als een routinier. Hij zet zijn stukken op de goede plaats, maakt weinig fouten en heeft het geduld om op fouten van zijn tegenstander te wachten. Zelf vindt Giri dat hij alle facetten van het spel ’redelijk’ beheerst en geen echte zwakheden kent.
Schaken leerde hij op zijn vierde van zijn moeder, die hij overvleugelde toen hij op zijn zesde begon met het lezen van schaakliteratuur. Hij ontwikkelde zich tot zijn huidige niveau met behulp van de computer: pas sinds zeer recent wordt hij af en toe gecoacht door de Belgische trainer Chuchelov.
Een vaste trainer wil hij voorlopig niet. „Ik zou er moe van worden om dagelijks zo iemand om mij heen te hebben”, aldus Giri onlangs in NRC Handelsblad. Maar een bezoek van Chuchelov was er wel oorzaak van dat Giri nu over een schaakbord en stukken beschikt. Toen de trainer zijn komst aankondigde, snelde hij naar de winkel om het enige voorradige bordje met stukken aan te schaffen.
Giri wil zich niet snel laten verleiden om profschaker te worden. Hij wijst naar zijn ouders, die willen dat hij na zijn vwo-opleiding een studie gaat volgen.
Jonge schakers met niets anders om handen zijn voorbestemd zonderlingen te worden, meent zijn vader. Giri’s moeder stimuleert haar zoon aan tafeltennis en voetbal te doen. Ze willen hun zoon niet opzadelen met hoge verwachtingen. Fanatiek schaken mag, zolang hij er plezier in heeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.