Het toewijzen van Olympische Spelen kan van invloed zijn op dopingbeleid. Net zoals dopingwetgeving volgens Herman Ram de kansen van een olympische kandidatuur kan beïnvloeden.
Het mondiaal harmoniseren van dopingregels is een groot goed, probleem is dat de wereld niet geharmoniseerd is. Daarom kan dopingbeleid in het ene land anders zijn dan in het andere.
Dat stelt Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, onder meer waar het gaat om de controversiële whereabouts, de meldingsplicht voor topsporters. „Je kunt niet voor elk land en elke sport dezelfde normen hanteren. Rugby is in Nederland klein, daarbuiten een wereldsport. Reddend zwemmen stelt hier niets voor, maar is in Australië en Nieuw-Zeeland groot. Wat in het ene land belangrijk is, kan elders geen probleem zijn.”
Zo geldt dat ook voor de internationale federaties. „De wereldschaakbond Fide heeft zich geconformeerd aan de antidopingcode, er worden bij WK’s controles uitgevoerd. Maar er wordt geen groot deel van het budget aan out of competition-controles gespendeerd. Dat zou de gekheid ten top zijn, omdat er geen middelen zijn te bedenken die schakers in hun voorbereiding helpen.”
„Aan het andere eind van het spectrum hebben we de internationale wielrenunie UCI, de meest doorontwikkelde federatie op het gebied van antidopingbeleid. Dat is nogal logisch, want de wielersport staat op instorten als er niets gebeurt. Het zou buitenproportioneel zijn als in het voetbal net zo vaak en intensief zou worden gecontroleerd, want daar komt doping veel minder voor.”
Het mondiale antidopingagentschap Wada sprak zich ondanks protesten van atletenvakbonden en de Fifa hard uit over haar beleid: voor de meldingsplicht worden geen uitzonderingen gemaakt, ook niet voor voetbalprofs.
Ram: „Dat zal niets veranderen aan het feit dat we in Nederland de controlegroep aan het halveren zijn. Het Wada bepaalt de algemene regels, landen bepalen welke sporters tot de nationale en internationale top behoren. Daarbij gaan we uit van het aantal positieve gevallen dat zich voordoet in een sport. Voetbal zit onder het gemiddelde en zal waarschijnlijk buiten de meldingsplicht vallen.”
De problemen die zijn ontstaan draaien om de afweging die moet worden gemaakt tussen het belang van dopingbestrijding en het maximaal beschermen van de privacy. Een meldingsplicht opleggen (elke dag moet een sporter een uur op een door hem/haar bepaalde plaats beschikbaar zijn voor dopingcontroles) gebeurt slechts als daar een zeker belang bij is gediend. Daarover is overleg geweest met onder meer de Raad van Europa en het college bescherming persoonsgegevens. Overigens houdt de Dopingautoriteit zich het recht voor 24 uur per dag te controleren, al zal er niet zomaar een controle ’s nachts plaatsvinden.
Ram vindt dat met de huidige normen de regel goed uitvoerbaar is. „Maar het kan zijn dat uiteindelijk een rechter anders beslist. Ik juich een uitspraak toe, want ik kan niet functioneren in een wereld waarin voortdurend de vraag wordt gesteld of dat wat ik doe wel gerechtvaardigd is.”
Ram vindt dat het huidige antidopingbeleid in Nederland prima zonder dopingwetgeving kan worden uitgevoerd. „Maar er is wis en waarachtig een situatie waarin ik daar anders over zou denken. Dat is wanneer een rechter een gat schiet in de whereabouts. Dan moet ik daar mee stoppen en heb ik een probleem met het Wada. Of er moet een wet komen waarbinnen ik mijn werk kan blijven doen.”
„Nederland kan niet uit de olympische familie worden gestoten als wij ons houden aan de nationale wetgeving. Maar het kan wel een probleem zijn. Zie Spanje, waar een wet geldt die controles ’s nachts uitsluit. Het Wada zit daar als een bok op de haverkist. Die wet kan invloed hebben op het bid voor de Spelen van 2016. Dat is begrijpelijk, want op het moment dat je dit soort dingen her en der ziet opduiken, dan is dat mooie geharmoniseerde apparaat binnen de kortste keren weer een lappendeken van heb ik jou daar”, zegt de directeur van de Dopingautoriteit.
Andersom kunnen grote evenementen van invloed zijn op binnenlands beleid. Ram wijst erop dat in Zuid-Afrika „een enorme hoeveelheid wetgeving speciaal voor het WK voetbal ontwikkeld. Bij China, op dopinggebied ooit een grote witte vlek, was de toewijzing van de Spelen gekoppeld aan strikte voorwaarden van de antidopingcode. In zes jaar tijd is daar een antidopingpraktijk opgebouwd die voorbeeldig is.”
Ook Nederland ontkomt er niet aan, nu het Olympisch Plan 2028 in de tweede fase is beland. In het vorige week gepresenteerde rapport ’Nederlandse sport naar olympisch niveau’ komt geen hoofdstuk over dopingbeleid voor. Ram: „Dat gaan wij er aan toevoegen.”
De presentatie staat voor augustus gepland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.