*

 

Orgastisch gekreun, ontraceerbare muzak en een Te Deum

Rob Schouten − 23/06/09, 00:00

Vanwege het gedoe rond de Zuid-Afrikaanse herrietoeters tijdens de strijd om de Confederations Cup besloot ik op zoek te gaan naar andere geluiden en bijgeluiden in de sport. Eerst maar eens naar Silverstone, waar zondag een Formule 1-race werd verreden.

Niet te harden daar, met dat hoge en nerveuze gegier, alsof een boze tandarts met je bezig is. Maar als jongetje in Haarlem vond ik het mooi, die vage zoemtoon in de verte, ten teken dat ze op Zandvoort aan het racen waren. Heel anders is het bij het paardrijden, het CHIO te Rotterdam. Hier heerst de natuur. Geklak, soms wat gehinnik, een vallende tak die een balk in de barrage blijkt te zijn.

Ook veel natuur in het tennis, dat zijn voormalige Victoriaanse deugdzaamheid de afgelopen decennia in snel tempo heeft afgeworpen. Het orgastische gekreun van veel vrouwen, en tegenwoordig ook mannen, maakt vooral duidelijk dat het een mensensport geworden is. Een mooi geluid levert de fietssport op, maar dan moet je wel echt langs de kant gaan staan. Een voorbij jagend peloton heeft iets van natuurgeweld, een tornado, suizende stilte die aanzwelt tot een hoogtepunt en dan opeens ook weer voorbij is.

Daarentegen leveren turnen, kunstschaatsen en zelfs de paardendressuur vaak iets heel vreselijks op, in de vorm van ontraceerbare muzak, die het gehup en gespring moet begeleiden. Dan prefereer ik persoonlijk Zandvoort en Silverstone.

Maar het opvallendste bijgeluid in alle sporten leveren toch de commentatoren, gewend als zij zijn om overal doorheen te praten. Zo probeerde tijdens het verslag van de race op Silverstone iemand vergeefs grappig te zijn en à la Mart Smeets te praten. Niet aan mij besteed.

Het paardrijden daarentegen leverde een keurig verslag op, zonder enige buitenissigheid of gezochte vergelijking: mooie sprong, hij toucheert ’m, maar de balk blijft liggen. Heel aangenaam, alsof het universum deugt. Voor het wielrennen ga ik graag naar de Belgen, waar een soort debatsfeer heerst. In gedachten zie je Belgische commentatoren aan een ronde tafel zitten, het een tegen het ander afwegend.

Het mooiste bijgeluid in de sport vond ik altijd de tune waarmee we naar iets pan-Europees overgingen, uit het Te Deum van Charpentier. Dat is tegenwoordig een zeldzaamheid geworden. Jammer, vroeger wist je nog dat je voor een goede sportbeleving naar de kerk moest.

mailIcon print |