Redactie −
18/06/11, 14:05
Het lijkt een laatste redmiddel voor George Papandreou, maar is bepaald geen radicale vernieuwing. Met Evangelos Venizelos op Financiën benoemde de Griekse premier gisteren een partijpolitieke zwaargewicht. Tot gisteren was de jurist Venizelos defensieminister, daarvoor al minister van cultuur, justitie, transport, en ontwikkeling. Ook gaf hij leiding aan de organisatie van de Olympische Spelen van 2004, die voor Griekenland uitmondde in een financieel drama.
Dat laatste is geen aanbeveling, zou je zeggen, maar Venizelos is al twintig jaar machtig binnen de socialistische Pasok. Hij verloor in 2004 de leiderschapsverkiezing van Papandreou. Venizelos is intelligent en ambitieus, maar bepaald geen frisse buitenstaander. Net als de overige gezichten die uit de tombola kwamen na het wegsturen van de niet langer houdbare minister van financiën George Papaconstantinou.
Papandreou (59) verkeert ook niet in de positie om vernieuwing af te dwingen. Hij zit klem tussen de eisen van de EU en het IMF, die willen dat Griekenland meer bezuinigt en hervormt, en de Griekse bevolking, die daar massaal tegen te hoop loopt. Binnen Pasok is zelfs rebellie uitgebroken, donderdag gaven twee parlementariërs hun zetel op. De premier slaagde er ook niet in om met de oppositie een regering van nationale eenheid te creëren, ondanks zijn bereidheid af te treden.
Toen Papandreou twee jaar geleden aantrad was er al twijfel of hij tot vernieuwing in staat zou zijn. Hij komt uit een traditioneel politiek geslacht. Zijn grootvader George sr. én zijn vader Andreas waren premier van Griekenland - de laatste met Venizelos als vertrouweling. Anders dan zijn flamboyante voorouders gold George jr. als rustiger en diplomatieker. Na scholing in Groot-Brittannië (LSE), de VS (Harvard) en Zweden (Stockholm), trad hij in 1981 namens Pasok tot het parlement toe. Hij werd in 1988 minister van gezondheid en verbeterde vanaf 1999 op buitenlandse zaken de relatie met Turkije. In 2004 nam hij de partijleiding op zich, toen Pasok na bijna 20 jaar de macht moest afstaan aan de conservatieve Nieuwe Democratie.
Het gesloten karakter van de Griekse politieke elite blijkt ook bij de oppositie. Namens hen werd tussen 2004 en 2009 Kostas Karamanlis (nu 54) premier, neef van oud-president Konstantinos Karamanlis. De hoop was dat deze telg na decennia Pasok-bewind de corruptie, het cliëntilisme en de inefficiëntie in het bestuur kon uitbannen, maar die hoop bleek ongegrond.
Karamanlis faalde bij de aanpak van bosbranden en maakte van de financiële huishouding een nog grotere puinhoop.
De jonge Papandreou beloofde in 2009 op zijn beurt de 'financiële varkensstal' van Karamanlis weer schoon te vegen - hij beweerde zelfs dat er nog geld genoeg was voor mooie plannen. Nu moest hij zelfs bij Nieuwe Democratie aankloppen voor hulp. De huidige leider van de oppositie, Antonis Samaras (60), weigerde dat omdat het opnieuw wil onderhandelen met EU en IMF.
Samaras is overigens persoonlijk bevriend met Papandreou sinds ze een slaapzaal deelden als studenten op het Amherst College in het Amerikaanse Massachusetts. Tegen zo'n achtergrond valt te begrijpen dat de Grieken weinig vertrouwen hebben in het zelfreinigende vermogen van de politieke clans.
Begin volgende week hoopt Papandreou desondanks het steun te krijgen van het parlement. Pasok heeft nog slechts 155 zetels van de 300 zetels, maar dreigt er nog meer te verliezen als er verkiezingen komen. Met Venizelos heeft hij bovendien een machtige partijgenoot aan zich gebonden. Als de Pasok-parlementariërs eieren voor hun geld kiezen en hun premier steunen, moeten ze ook nog een pakket extra bezuigingen aanvaarden.