De staatshoofden, ministers of ambassadeurs die over tien dagen in New York de VN-top over de armoede in de wereld bezoeken, hoeven zich geen zorgen te maken over een slottekst. De ’sherpa’s’ hebben hun werk goed gedaan, er ligt een verklaring. En dat is weleens anders geweest. De klimaattop van de Verenigde Naties van Kopenhagen begon en eindigde zonder een aanvaarde slottekst.
Is het wel een gunstig teken dat de slottekst voor de top over de zogeheten Millenniumdoelen er al ligt? Zo op het eerste oog niet. De 25 pagina’s tellende verklaring is vooral een opsomming van oude beloften die voorzien moeten worden van nieuwe aansporingen. Zo zijn nog lang niet alle landen toegekomen aan hun belofte op termijn 0,7 procent van hun bruto nationaal inkomen aan internationale samenwerking en armoedebestrijding te besteden. Zo is nog altijd mondiaal geen al te grote haast gemaakt met het weghalen van handelsbelemmeringen voor de allerarmste landen. En zo zijn er nog steeds, voor de ontwikkelingslanden schadelijke, exportsubsidies van rijke landen. In het kader van het mondiale partnerschap voor ontwikkeling – het achtste Millenniumdoel van de Verenigde Naties – krijgen al deze kwesties nog maar eens de aandacht. Wie achterblijft, wordt aangespoord zich aan zijn belofte te houden. En dat is geen gekke oogst op een top die als ondertitel ’Keeping the promise’ heeft gekregen. Waarbij de belangrijkste belofte is dat de armoede in 2015 met de helft is gedaald.
De slottekst is voldoende uitgebreid om vrijwel elke gedane toezegging, bijvoorbeeld de verdubbeling van de hulp aan Afrika bezuiden de Sahara, te bevatten. Maar daar blijft het ook een beetje bij. Nieuwe acties ontbreken. En dat maakt de tekst voorspelbaar en in de ogen van ontwikkelingsorganisaties en hun natuurlijke achterban, de armste landen, teleurstellend. Om maar wat voorbeelden te geven: de VN-leden verklaren dat zij duurzame productie en consumptie gaan promoten. En landen die fragiele ecosystemen in de bergen hebben, worden aangespoord daar verstandig mee om te springen omdat ze een belangrijke bron voor schoon drinkwater zijn.
Er is wel een duidelijke tendens in de tekst te ontwaren over de rol van het bedrijfsleven. Werd bij het tot stand komen van de Millenniumdoelen het heil vooral van overheden en van niet-gouvernementele organisaties verwacht, anno 2010 is een grote rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Daarvan wordt meer verwacht dan dat in de bedrijfsvoering rekening wordt gehouden met het nakomen van de mensenrechten. De bedrijfsvoering moet nu ook aansluiten bij de noden en de mogelijkheden van de armen. Wat exact verlangd wordt, is niet echt helder. De VN-leden willen, zo blijkt uit de concepttekst, toe naar een wereld waarin niemand buiten de boot valt, waarin economische groei ten bate van iedereen is en waarbij groei zorgt voor werkgelegenheid en kansen om inkomen te genereren.
In de VN-tekst wordt gerept over het zogeheten Global Jobs Pact, een internationale set afspraken uit 2009 als reactie op de economische crisis binnen de ILO, de VN-organisatie voor arbeid. In dat pact wordt ook gepleit voor meer banen, vooral banen die aan een aantal minimumeisen voldoen. De VN-leden wordt gevraagd zich bij dit ILO-pact aan te sluiten.
De extra aandacht voor het bedrijfsleven sluit aan bij de Nederlandse agenda. Op 20 september zal er hoogswaarschijnlijk geen Nederlandse minister in New York landen, maar Millennium-ambassadeur Christiaan Rebergen. Nederland zal vooral laten zien dat het in staat is de publiek-private samenwerking op te tuigen. Maar Rebergen zal er ook rekening mee moeten houden dat hij moet uitleggen waarom een nieuwe Nederlandse regering wil snijden in de internationale hulp. Toen in 2002 Pim Fortuyn aan de macht leek te komen, maakte men zich bij de VN grote zorgen over de gulheid van Nederland als donor. De dreigende bezuinigingen door een door Geert Wilders gedoogd kabinet zullen een vergelijkbaar effect bij de VN hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.