Een onafhankelijke denktank met zakenmensen, wetenschappers en communicatiedeskundigen moet – ongehinderd door politieke belangen – nieuwe oplossingen voor de vergrijzing opleveren.
Langer doorwerken wordt alleen een succes als ook de samenleving verandert. Volgens Denktank 2100 – waarin zakenmensen, wetenschappers, ambtenaren en reclamemensen oplossingen bedachten voor het vergrijzingsprobleem – kan de arbeidsmarkt voor ouderen niet los worden gezien van de manier waarop mensen hun hele leven inrichten. Instituties als werk, gezin, vrijetijdsbesteding en pensioenvoorziening moeten allemaal op de schop om een langer leven zinnig in te vullen. De nieuwe, onafhankelijke Denktank 2100 presenteert vandaag een advies over hoe dat kan.
Het belangrijkste is volgens initiatiefnemer Krijn van Beek dat de ’drempels in het leven’ worden geslecht. „Je moet af van het idee dat het voor je 65ste allemaal gebeurd moet zijn. Mensen beginnen nu nog tussen hun twintigste en veertigste aan hun race, en lopen daarna geleidelijk aan vast. Die eerste periode zou trager kunnen, maar dat kan alleen als er daarna ruimte is om nieuwe dingen te ondernemen. Dan ook kun je ambities blijven koesteren tot op hogere leeftijd.”
Uit de vijf sessies die de denktank belegde met mensen van verscheidene universiteiten, ministeries, uitzendorganisaties, communicatiebureaus, dagbladen en omroepen kwamen talrijke ideeën voort. Hoogleraren als Bas Jacobs (economie), James Kennedy (geschiedenis), Dick Sipsma (geriatrie) of Halleh Ghorashi (diversiteit en integratie) dachten mee. Van Beek: „We verwachtten dat het veel over de arbeidsmarkt zou gaan, maar het werd een verhaal over de inrichting van het leven.”
Flexibilisering van arbeid, persoonlijke ontwikkelplannen en pensioenregelingen voor zelfstandigen vormden dringende aanbevelingen. Maar ook het idee om jong en oud met elkaar in contact te brengen door gemengde woonvormen en het combineren van kinder- en ouderenopvang in de stadscentra.
Ook het samen studeren zou jong en oud nader tot elkaar kunnen brengen, meent Denktank 2100. Jongeren zouden bovendien moeten leren hoe ze ouderen in de werkomgeving kunnen aansturen (zie het kader voor een aantal andere aanbevelingen).
Volgens Van Beek, die zelf directeur was van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) en werkte bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), is Denktank 2100 uniek vanwege de kruisbestuiving tussen de verschillende disciplines.
„Er bestaan geen denktanks vanuit het bedrijfsleven, terwijl daar wel veel goed opgeleide mensen zitten wiens denkkracht we kunnen benutten. In contact met wetenschappers en marketingmensen kan die kennis worden verdiept. Mijn ervaring is dat denktanks die vanuit de overheid worden aangestuurd erg gericht zijn op de specifieke problemen van de overheid. Ook de nabijheid van de politiek is soms lastig omdat een minister geen ruzie mag krijgen met zijn adviseurs. Dat voorkom je met een onafhankelijke denktank. Dat leidt dus tot bijzondere ideeën.”
Iedereen die meedoet aan de brainstormsessie doet dat op eigen titel. „Want als er een bedrijf achter zou zitten, krijg je een lobbyclub en we willen wel onafhankelijk blijven.” De verwachting is wel dat de deelnemers aan de denktank hun ideeën mee zullen nemen in hun eigen werk- en leefomgeving. Verder hoopt Dentank 2100 dat vakbonden, ouderenbonden, werkgevers en politieke partijen lering uit de ideeën trekken. „Dit advies is het eerste dat wij uitbrengen. Wij hopen dat steeds meer mensen zich bij ons aansluiten die ook willen meedenken over onze samenleving, zonder direct politiek bezig te zijn. Al zal het nog wel een aantal jaar duren voordat Dentank 2100 echt gezaghebbend is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.