*

 

Rekenkamer mengt zich in debat over de vraag of hulp helpt

Han Koch − 18/02/10, 00:00

Ontwikkelingshulp helpt, zegt de een. Niet, zegt de ander. De Algemene Rekenkamer mengt zich nu in het debat en voedt dat met cijfers.

  • Algemene Rekenkamer te Den Haag
  • Algemene Rekenkamer te Den Haag

In 2008 werd voor elke inwoner van Suriname 92 euro overgemaakt. Dat geld komt van de begroting Buitenlandse Zaken. Veel of weinig, te veel of terecht? De Algemene Rekenkamer heeft in een gisteren gepubliceerd rapport die laatste vraag niet beantwoord.

Dat was ook niet de bedoeling, althans op dit moment. Het rapport geeft alleen inzicht in de geldstromen. De Algemene Rekenkamer bekeek 3350 betalingen (totaalbedrag 4,3 miljard euro) van dat deel van de begroting dat gaat over ontwikkelingssamenwerking. Waar ging het geld naartoe, wie was de eerste ontvanger en met welk doel werd het geld gegeven. Van de 4,3 miljard euro kwam 1,5 miljard (34 procent) terecht bij zogeheten begunstigde landen. Dat zijn landen waarmee Nederland een langlopende relatie heeft. Bijna 60 procent van het geld, 2,5 miljard, werd in algemene termen weggezet. De administratie van het ministerie vermeld in dat geval het kopje wereldwijd.

Wat deze gegevens zeggen? De Rekenkamer trekt geen conclusies, verschaft slechts het inzicht. Het onderzoek is een methode om op een andere manier naar ontwikkelingsamenwerking te kijken, een blik vanuit de geldstromen. Het is een eerste stap; er moeten vele volgen. Niet alleen moeten de geldstromen inzichtelijk zijn, uiteindelijk moeten ze gekoppeld worden aan doelstellingen en prestaties. De belangrijkste oorzaak voor de bemoeienis van de Rekenkamer is dat bij voorgaande onderzoeken forse knelpunten bleken te bestaan in de begroting en het jaarverslag van het ministerie. Er was met moeite inzicht te krijgen in doelen, geldstromen, prestaties en effecten.

Die opmerkingen van de Rekenkamer leidden tot enige irritatie bij onder meer Bert Koenders. Maar de minister voor ontwikkelingssamenwerking zegt nu blij te zijn met de bijdrage aan de transparantie.

De Rekenkamer begeeft zich met de nieuwe opdracht op zeer moeilijk terrein. Ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking is moeilijk vast te stellen wat de effecten zijn. Een voorbeeld: het valt makkelijk uit te rekenen hoeveel geld er is besteed aan het slaan van waterputten (de input). Hoeveel putten er geslagen zijn (de output) is ook te doen. Moeilijker wordt het al om vast te stellen wat er precies met het opgepompte water is gebeurd (de outcome). En het is een enorme klus om vast te stellen welke impact de putten hebben op welzijn en welvaart.

Dat laatste is wel waar de belastingbetaler om vraagt. Het debat over de hulp is al geruime tijd gevangen in zwart-wit oordelen. Het ene kamp zegt dat het niet helpt, het andere het tegenovergestelde. Beide kampen kunnen hun gelijk maar moeilijk staven met onderzoek. De Rekenkamer voedt het debat met nieuwe cijfers.

mailIcon print |