De salarissen van topmannen uit het bedrijfsleven zorgen opnieuw voor maatschappelijke beroering. Maar van grote beleggers mag het best, een hoge beloning. Als maar duidelijk is waarom.
Een topman van een niet zo best presterend bedrijf, die zijn beloning drie keer over de kop ziet gaan. Is dat nou een voorbeeld van goed ondernemingsbestuur? Reed Elsevier vindt blijkbaar van wel, bleek onlangs. Ondanks maatschappelijke weerzin tegen grootverdieners in tijden van economische tegenwind.
Het verdriet van gewone stervelingen wordt echter niet per se gedeeld door grote beleggers, degenen die erop moeten toezien dat bedrijven zich netjes gedragen en hun bestuurders een redelijke beloning geven. Want wat redelijk is, hangt helemaal af van de manier waarop die beloning tot stand is gekomen. Soms kan een loonstijging van tientallen procenten best door de beugel.
Dat is ook de analyse van Jos van Niekerk, directeur van de Stichting Corporate Governance Onderzoek voor Pensioenfondsen. SCGOP helpt grote beleggers bij het formuleren van hun (stem)beleid op het vlak van goed ondernemingsbestuur.
Op basis van de jaarverslagen die al binnen zijn, durft Van Niekerk een voorzichtige inschatting te geven van het huidige gedrag van bedrijven. Eigenlijk is hij best tevreden. Veel bedrijven hebben werk gemaakt van de Code Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur, vooral door uitdijende jaarverslagen te schrijven. ,,Soms zou het alleen wat helderder mogen.''
Van Niekerk is vooral blij met de betere taakomschrijving van de Raden van Commissarissen. Die moeten als toezichthouder de directies van grote bedrijven controleren, en gaan ook over hun beloningen.
Onafhankelijkheid is daarbij een groot goed. De Code Tabaksblat probeert een bres te slaan in het selectieve groepje van (voornamelijk) mannen, dat voorheen de commissarisraden bevolkte. ,,Je ziet dat het aantal commissariaten per persoon afneemt'', zegt Niekerk. Tegelijkertijd neemt de beloning van de commissarissen toe. ,,Daarvoor wordt als reden opgegeven dat de commissarissen meer tijd in hun commissariaat moeten stoppen. Dan vraag je je wel af hoe dat vroeger ging.''
De commissarissen lijken beter geoutilleerd om hun werk te doen, en het beloningbeleid is daarmee makkelijker aan hen toe te vertrouwen. Dat is maar goed ook, want beleggers willen niet op de stoel van de commissarissen gaan zitten, stelt Van Niekerk. Natuurlijk is het wél belangrijk dat de aandeelhouders goed geïnformeerd worden.
Vroeger zaten er in de uitleg van het beleid nogal eens 'hiaten'. Daarin is dit jaar vooruitgang geboekt, vindt Van Niekerk. Er wordt beter over beloningen nagedacht, en het beleid wordt veelal ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorgelegd. Toch is er nog wel wat aan te merken. Zo berispten de grote pensioenfondsen ABP en PGGM deze week het handelshuis Van der Moolen, dat volgens de fondsen in de toelichting op het beloningenbeleid onvoldoende informatie gaf.
Van Niekerk ziet het meer. Zo geven veel ondernemingen nauwelijks inzicht in de doelstellingen waaraan bestuurders moeten voldoen om een bepaalde bonus binnen te slepen. Die ondoorzichtigheid vindt meestal plaats onder het mom van 'concurrentiegevoeligheid'. ,,Daar kan ik me wel iets bij voorstellen'', zegt Van Niekerk. ,,Maar toch zou ik graag wat meer informatie zien.'' Bijvoorbeeld achteraf, als de concurrentiegevoeligheid niet meer aanwezig is. ,,Daarmee kun je begrip kweken voor een bepaalde beloning. En als blijkt dat het beleid niet zo gelukkig is geweest, kan het voor de toekomst verbeterd worden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.