*

 

’Gesubsidieerde banen zijn structureel nodig’

Esther Lammers en Wilma van Meteren − 11/12/07, 01:43

Er is veel kostbare tijd verloren gegaan om moeilijk bemiddelbare werklozen daadwerkelijk aan een baan te helpen, vindt vertrekkend RWI-voorzitter Jan van Zijl.

Sinds zijn aantreden in 2001 bij de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) heeft de politiek nauwelijks aandacht gehad voor de onderkant van de arbeidsmarkt, meent voorzitter Jan van Zijl, die vertrekt naar de MBO-raad. De Melkertbanen werden in 2003 afgeschaft, maar het kabinet kwam niet met alternatief beleid om deze mensen aan de slag te helpen, constateert Van Zijl.

Er werd wel gepraat over het ’loden’ bestand in de bijstand, werkloze jongeren met een veelvoud aan problemen, jonggehandicapten en werkloze allochtonen. Gemeenten zijn volgens Van Zijl goed bezig gegaan met zogeheten work-first-trajecten, maar veel te weinig mensen uit deze groepen vinden nog vast werk.

Dit ondanks de vele praktische adviezen die de RWI hierover heeft uitgebracht. „Het uitvoeren van adviezen is blijkbaar moeilijk en kost veel tijd”, constateert hij fijntjes. Gelukkig worden er ook veel RWI-adviezen overgenomen, zoals recent het stimuleren van meer poortwachtercentra, om mensen van werk naar werk te helpen.

Het kabinet zou echter meer vaart kunnen maken. Het kondigt eerst nieuwe adviescommissies aan, bijvoorbeeld voor de sociale werkvoorziening, klaagt Van Zijl. „Het hoeft toch niet allemaal op elkaar te wachten.”

In de twintig jaar dat Van Zijl in Den Haag rondloopt – eerst als lid van de Tweede Kamer voor de PvdA en de laatste zes jaar als RWI-voorzitter – heeft hij alle subsidiebanen zien komen en gaan. „Eerst kwam de banenpool, toen de WIW, de id-baan en toen de Melkertbaan. Nu komen er participatiebanen. Het zijn allemaal variaties op hetzelfde thema.”

Belangrijk is volgens hem de erkenning dat er altijd een groep mensen zal zijn die zonder overheidssubsidie en steun niet aan de slag kan. „In de RWI hebben werkgevers, werknemers en gemeenten dat al in 2005 onderkend met ons advies over de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar er rust politiek blijkbaar een soort taboe op subsidiebanen.”

Met het pakket maatregelen dat de bewindslieden Donner en Aboutaleb van sociale zaken vorige week aankondigden, is Van Zijl blij. Vooral omdat langdurig werklozen met loonkostensubsidie en een verplichte scholingsdag per week werkervaring kunnen opdoen. „Dat is een stevig begin”. Vooral ook „omdat het kabinet verstandig is en niet apathisch berust, nu er vooralsnog geen aanpassing van het ontslagrecht komt.”

Maar jammer is dat er over structurele subsidiebanen – voor mensen die nooit bij een gewone werkgever aan de slag komen – nog steeds niet wordt gesproken. „En dat is wel cruciaal”, vindt Van Zijl. „De nu aangekondigde maatregelen zijn goed voor mensen die uiteindelijk vast werk kunnen krijgen. Maar erken nu eens dat er een groep is die structureel veel begeleiding nodig heeft en waar een werkgever niets mee kan. Die groep houd je alleen maatschappelijk actief als de overheid er structureel geld voor uittrekt. Dat mag best uitkeringsgeld zijn.”

Van Zijl vindt dat men ’te kritisch’ was over de afgeschafte Melkertbanen. „Natuurlijk, er zat een groep bij die zo’n subsidiebaan helemaal niet nodig had. Maar een belangrijk deel van de Melketiers zit alweer een paar jaar thuis met een uitkering. Dat zegt toch ook wat. Daar moeten we toch wat mee doen?”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />