Drie dagen teisterden spoorwegstakingen Duitsland en Frankrijk. De vakbonden in die landen lijken vaak veel sterker actiebereid dan de FNV en het CNV in Nederland. Maar is dat ook zo?
„Fransen staken radicaler, maar niet vaker dan Nederlanders of Duitsers.” Vakbondshistoricus Sjaak van der Velden ziet geen reden waarom de stakingen in Duitsland en Frankrijk niet ook in Nederland kunnen plaatsvinden. De vakbonden verschillen in deze drie landen niet zoveel. „Het activistische beeld van Frankrijk klopt maar ten dele.”
Slechts acht procent van de Fransen is aangesloten bij een vakbond. In Nederland en Duitsland is dat een kwart van de arbeidsbevolking. Voor spoorwegpersoneel zijn er in Frankrijk acht verschillende vakbonden, die ieder over niet meer dan een miljoen leden beschikken. Via radicale actievoering proberen zij zich van elkaar te onderscheiden.
De versplintering van de vakbeweging in Frankrijk is een van de grootste verschillen met Nederland. Waar in Nederland FNV en CNV het overleg met werkgevers en overheid domineren, bestaat in Frankrijk een keur aan werknemersorganisaties. In het overleg met de overheid over de pensioenregeling zijn de Franse werknemers dan ook verdeeld. Zo wil de gematigde CFDT liever stoppen met de stakingen en overleggen met de regering. De radicale Rail-Sud weigert echter de stakingen te stoppen als de huidige pensioengerechtigde leeftijd van 50 niet gehandhaafd blijft.
Duitsland heeft nog niet eerder te maken gehad met een staking in het openbaar vervoer van deze omvang. „De vakbond GDL stond met de rug tegen de muur”, vindt Wim Eilert van VVMC, de Nederlandse vakbond voor machinisten en conducteurs. GDL en VVMC voeren voortdurend overleg. „Deutsche Bahn toont geen bereidheid om te onderhandelen.” De door de vakbonden geëiste loonstijging van 31,5 procent is volgens Eilert reëel. „Duitse machinisten verdienen gemiddeld 300 euro minder dan Nederlandse.”
Eilert sluit een ingrijpende staking in het openbaar vervoer in Nederland niet uit. „Bij de VVMC zijn 4000 van de 6000 Nederlandse machinisten aangesloten. Als wij tot actie overgaan, betekent dat dat de treinen stilstaan. Kleine, categorale vakbonden, die alleen voor een specifieke groep opkomen, zijn nu eenmaal radicaler dan de grote vakbonden als FNV.”
FNV-bestuurssecretaris Keimpe Schilstra is het dan ook niet met Eilert eens. De publieke steun is erg belangrijk voor de vakbonden. Liever voert FNV nog overleg, dan tot staking over te gaan. „Sinds de jaren zestig zijn we het al eens over de cijfers. Wij baseren ons op CBS en SCP. Cijfers zorgen in Duitsland nog steeds voor meningsverschillen. Bovendien doen Nederlandse vakbonden altijd redelijke looneisen. De Duitse eisen raken kant nog wal.”
Om de publieke opinie aan hun kant te krijgen, liggen stakingen in het openbaar vervoer gevoelig bij FNV. De vakbond staakt bij voorkeur niet tijdens spitsuren. Als ’compromis’ controleren de conducteurs geen kaartjes, maar rijden wel. „Zo wordt de consument er niet de dupe van. Boze consumenten stellen FNV niet in een goed daglicht.”
Het belang dat stakers aan de publieke opinie hechten, is over het algemeen net zo groot in Frankrijk en Duitsland als in Nederland, zegt Van der Velden. „Al lijkt dat nu even niet op te gaan.” Maar, zegt Van der Velden, de dag na de staking moet de conducteur gewoon weer alleen de trein in. „Dan is het belangrijk dat de passagiers begrijpen waarom er gestaakt is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.