*

 

Non-profit is stap terug geen

Nienke Ledegang − 08/09/07, 02:26

Er zijn de nodige vooroordelen over werken in de non-profitsector. Voor het grote geld hoef je er inderdaad niet heen, maar saai en traag is het er allerminst. Drie mensen die de overstap maakten aan het woord.

Die goedbetaalde, snelle baan inruilen voor werken in onderwijs, zorg of bij overheid. Het gebeurt eigenlijk maar weinig dat ’commerciëlen’ hun baan inruilen voor een ’degelijk’ plekkie in de non-profitsector. Twee verschillende werelden, heten het te zijn. Drie mensen die tóch de overstap waagden, vertellen. „Het is wel een grote, maar geen rare overstap.”

Ze vonden hem maar een vreemde eend: Roland Ortt had economie gestudeerd, wilde daarna gaan promoveren. „Mijn studiegenoten gingen meteen voor het grote geld. Logisch ook wel, als promovendus verdiende ik een schamele 1275 gulden in de maand.” De econoom, die ook een studie natuurkunde deed, mocht zich in Delft bezighouden met de vraag of er behoefte was aan een beeldtelefoon. In die tijd, begin jaren negentig, was dat nog een actuele kwestie.

„Bij KPN was veel interesse in mijn onderzoek, in mij. Ze vroegen mij op gesprek. Ik vond dat prima, maar vertelde ze wel in gesprek één dat ik niet genegen was managementtaken te vervullen. Ik had op de universiteit geleerd dat onderzoek het enige was dat telt. Alle andere taken worden gezien als corvee. Dat werd op mijn sollicitatiegesprek weggehoond. Ik kreeg, om kort te gaan, een baan als projectmanager, en een jaar later was ik afdelingsmanager.”

„Ik vond het hartstikke leuk”, vertelt Ortt enthousiast. „Ik merkte dat als je maar serieus wordt genomen en je jezelf kunt ontwikkelen, een managementbaan fantastisch is. Ik heb zeven jaar met veel plezier bij KPN gewerkt.”

Wouter Soetaert (26) kwam met vliegende vaart in het bedrijfsleven terecht. Na zijn studie economie in Rotterdam, kon hij aan de slag bij LEK Consulting in Londen. „LEK geeft strategisch advies bij fusies en overnames. Ik werkte daar zo’n twee jaar als analist. Ik werkte zestig tot tachtig uur per week, verdiende best veel geld. Dat was leuk, maar ik zag ook hoe mensen drie jaar boven mij niet toekwamen aan het ontwikkelen van hun soft skills. Daarom besloot ik dat ik iets anders wilde. Nu werk ik sinds twee maanden als beleidsmedewerker op het ministerie van financiën. Ik beoordeel investeringsprojecten, bijvoorbeeld voor luchthavens en treininfrastructuur.”

„Het is wennen, maar ik vind het erg leuk. Ik kan hier op een niveau meedenken waar ik in Londen nog lang niet aan toe was. En het is wel even slikken dat ik financieel moest inleveren, maar ik heb nu weer een privéleven. Ik kook voor mezelf, en moet strijken.”

Ortt vertelt zijn verhaal, gezeten in zijn kamer aan de universiteit van Delft. Ergens nam hij dus de beslissing terug te keren naar het nest. „Dat was toen ik een aantal maanden vrij wilde nemen om te zeezeilen, iets wat ik al jaren wilde. Ik kreeg geen verlof, toen heb ik mijn baan opgezegd. Terwijl ik aan het varen was, kreeg ik een telefoontje van een oud-collega van KPN. Ze zochten in Delft een universitair hoofddocent. Een maand nadat ik terugkwam in Nederland begon ik hier, in Delft.”

Dat was wel een omschakeling. „Ik begon met best wel wat weerstand. Pas na twee jaar begreep ik waarom sommige dingen gaan zoals ze gaan. Er wordt op een universiteit niet minder gewerkt, maar ánders. Zwart-wit gesteld: waar het werk in het bedrijfsleven erg op de groep is gericht, de mensen verbaal sterk zijn, kunnen ruziën en onderhandelen, is het werk op de universiteit inhoudelijk. Je ontleent geen status aan een hiërarchische positie, de mensen zijn introverter. Bij KPN stond ik als het ware wel eens als een baviaan op tafel te dansen. Dat was nódig om iets gedaan te krijgen. Dat hoef ik in Delft niet te proberen.”

Sascha Noé (36) is ervan overtuigd dat in de non-profitsector niet trager of minder gewerkt word. Zij maakte de overstap van BDO Corporate Finance, waar zij als Rusland-deskundige MKB Nederland ondersteunde op de Oost-Europese markt, naar Oxfam Novib, waar zij programmamedewerker is.

„Hulporganisaties worden soms amateuristisch gevonden, maar er zijn bij Novib 350 medewerkers, die allen heel hard werken. Soms zou ik willen dat het nog sneller ging, maar je moet je realiseren dat twee derde van ons budget bij het ministerie vandaan komt. Daar moeten we netjes mee omgaan. In het bedrijfsleven luistert dat minder nauw.”

Voor Noé is het belangrijk dat zij nu werkt bij een organisatie die bijdraagt aan een rechtvaardiger wereld. „Dat past beter bij mij. En saaier dan het bedrijfsleven? Helemaal niet. Ik werk in een energieke omgeving: er zitten hier lobbyisten, campagnemedewerkers, fondsenwervers, marketingmensen.”

Soetaert zag er in zijn werk op het ministerie vooral een dimensie bij komen. „In Londen was het simpel: aan de hand van modellen kon je vaststellen wat voor een bedrijf het beste was. Als ik hier een advies uitbreng, moet ik rekening houden met politieke gevoeligheden. Dat vind ik mooi, bedrijfsleven en overheid komen elkaar hier tegen. En dan merk je: de overstap van het bedrijfsleven naar wat ik nu doe, is wel een grote stap, maar geen rare stap.”

mailIcon print |