Tussen beeld en beleving van de zorg en het onderwijs gaapt een gigantisch gat. Zo denken patiënten positiever over het personeel dan het personeel zelf veronderstelt. Hoe dicht je dat gat?
Zorg en onderwijs hebben te kampen met een negatief imago. Mensen in het veld willen dit graag verbeteren. Maar hoe?
„Constant zeggen dat de zorg een slecht imago heeft, maakt dat mensen erin gaan geloven”, zegt Francis Bolle, senior beleidsadviseur bij Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V & VN). De beroepsorganisatie maakt zich ernstige zorgen over de dreigende krapte op de arbeidsmarkt. Bolle: „In de ouderenzorg worden de tekorten nijpend.”
Eind mei begon de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen de driejarige campagne ’Het Ziekenhuis Zorgt’. Het werven van mensen kost ziekenhuizen nog weinig moeite. De campagne is daarom vooral bedoeld om de publieke opinie over de zorg te verbeteren. Joan Leemhuis-Stout, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ): „Mensen moeten het gevoel krijgen dat ze vertrouwd naar het ziekenhuis kunnen.” Daarnaast is het volgens Leemhuis in het belang van alle medewerkers om de goede kanten van de zorg over het voetlicht te brengen. „Op dit moment denken patiënten positiever over het personeel, dan het personeel zelf veronderstelt. Dat moet dichter bij elkaar komen.”
Ook V & VN hoort van de patiënt een positief verhaal. Bolle: „Patiënten zijn tevreden over de verpleging en verzorging. De maatschappij is een stuk minder positief over het beroep.” Bolle denkt dat het te maken heeft met status. „Verpleegkundigen krijgen vaak een lagere status toebedeeld dan andere hbo-beroepen.” Volgens Bolle komt dat doordat er weinig onderscheid wordt gemaakt tussen verpleegkundigen van mbo- en van hbo-niveau. „Daardoor wordt er onvoldoende gebruikgemaakt van de competenties die mensen in huis hebben.”
Dat moet anders, vindt Bolle. „Om het imago te verbeteren is het belangrijk dat elke verzorgende of verpleegkundige zich binnen een instelling kan ontplooien. Aan de andere kant moet de verpleegkundige zich meer een onderdeel gaan voelen van de zorginstelling. Nu voelt de medewerker, zoals een wijkverpleegkundige, zich vooral verbonden met de patiënt.”
Bolle ziet een campagne, zoals die van de NVZ, als een aanvullend middel. „Het kan praktische maatregelen voor imagoverbetering ondersteunen.” Leemhuis denkt er ook zo over. „Als het dagelijks werk in de zorg niet goed gaat, dan heb je geen goede basis voor je campagne. Daarom blijft de NVZ investeren in verdere verbetering van de zorg.” Een voorbeeld daarvan is een nieuw veiligheidsmanagementsysteem, dat in alle ziekenhuizen een plaats zal krijgen. Leemhuis: „Via afvinklijsten proberen we problemen als doorliggen, wondinfecties en verkeerd naaldgebruik terug te dringen.”
Net als de zorg heeft het onderwijs te kampen met een slecht imago. „De leraar staat niet meer in het rijtje van de dokter en de dominee”, zegt Evert Weide, directeur van wervingsbureau de Docentenbank. „Het aanzien van het vak is afgebrokkeld.” Volgens Weide komt dat mede door het salaris. „Om het imago te verbeteren moet je het salaris verhogen”. Marleen Barth van het CNV Onderwijs vindt ook dat er iets moet worden gedaan aan de beloning. „Het aanvangsalaris van een leraar is weliswaar goed, maar vanaf dan gaat de beloning maar minimaal vooruit.”
Daarmee hangt samen dat de loopbaanperspectieven in het onderwijs gering zijn. Barth denkt dat het moet lonen om aan je professionaliteit als leraar te werken. „Nu kun je alleen carrière maken door in het management te gaan.”
Barth maakt zich het meeste zorgen over de hoge werkdruk in het onderwijs. „Als de jeugd iets nieuws moet leren, dan krijgen scholen er een taak bij, zonder dat ze daar meer geld of mensen voor krijgen.” De werkdruk is erg frustrerend voor leraren. Barth: „Ze zien wat kinderen nodig hebben, maar worden niet in staat gesteld hun alles te geven.”
Een ander aspect dat het vak onaantrekkelijk maakt is de negatieve publiciteit over het onderwijs. „Er wordt voortdurend gezegd dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit holt”, zegt Barth. „Leraren trekken zich dat persoonlijk aan.” Evert Weide constateert hetzelfde. „Het leraarschap is in een hoek gezet waar het niet best toeven is.”
Daar moet het uit, vindt ook het ministerie van onderwijs. In de imagocampagnes van de afgelopen jaren is daarom geprobeerd het beeld weg te nemen dat je binnen het onderwijs geen persoonlijke groei kan doormaken, zegt Aicha Lubbinge van het ministerie. „Lesgeven is niet de enige taak van de leraar. Hij is ook mentor en opvoeder. De perceptie dat het vak niet breed is, moest worden weggenomen.”
Maar volgens Barth moeten imagocampagnes worden gekoppeld aan inhoudelijke verbeteringen. „Reclame maken, zonder dat er in de praktijk iets verandert, heeft geen zin.” Uit metingen blijkt dat de imagocampagnes van de overheid het beeld van de leraar wel iets positiever hebben gemaakt. Lubbinge: „Maar het negatieve beeld van het salaris en de geringe doorgroeimogelijkheden hebben de campagnes niet kunnen veranderen. Daar gaan we de komende tijd op inzetten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.