Beleggers stappen massaal in gestructureerde producten omdat ze het risico willen beperken, signaleert het CBS. Toezichthouder AFM waarschuwt juist voor extra risico.
Nederlanders maken de afgelopen jaren steeds vaker gebruik van nieuwe beleggingsproducten, constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal zogenoemde gestructureerde obligaties is gegroeid van vijftig in 2003, tot bijna driehonderd eind 2007. Al die producten samen vertegenwoordigen momenteel een waarde van 20 miljard euro, ten opzichte van slechts 1 miljard in 2000.
Gestructureerde obligaties, vaak notes genoemd, zijn waardepapieren waarmee een onderliggende waarde wordt gevolgd. Dat kan een aandelenindex zijn, maar ook grondstoffen, valuta of alternatieve energie kunnen de basis vormen van deze obligaties. Daarmee kunnen particuliere beleggers investeren in exotische markten en producten die normaliter moeilijk toegankelijk zijn.
Met de koersval na het knappen van de internetzeepbel nog in het achterhoofd, zoeken particuliere beleggers naar producten ’met een bodem’, zegt Michiel Vergeer van het CBS. „Beleggers zoeken producten waarbij het verlies niet te veel uit de hand kan lopen. Veel van de producten bieden een minimumrendement, maar daar staat tegenover dat beleggers niet volledig profiteren van de onderliggende waardestijging. Het is beleggen met één hand op de rug.”
De gestructureerde obligaties concurreren vooral met de traditionele beleggingsfondsen om de gunst van de belegger. De twee lijken op elkaar met het verschil dat de fondsen geen risicobeperking kennen, en geen vaste looptijd. Gestructureerde obligaties lopen vaak na een vastgesteld aantal jaren af. Afhankelijk van hoe de onderliggende waarde zich heeft ontwikkeld krijgt de belegger dan (een deel van) zijn inleg terug.
Het betreft dus niet alleen maar veilige producten. „Ze heten weliswaar obligaties, maar verwar dat niet met veilige staatsobligaties”, zegt Vergeer. „Sommige producten stellen het rendement voorop. Hier gaat een hoog rendement gepaard met een hoog risico, en een laag risico dus met een lager rendement.” Bepaalde gestructureerde obligaties maken gebruik van een hefboom waardoor winst en verlies juist hoger uitvalt dan de ontwikkeling van de onderliggende waarde.
Dat bleek vorig jaar ook, toen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de gestructureerde producten onderzocht. Zij concludeerde dat de beleggers slecht worden geïnformeerd. De producten bieden beleggers weliswaar de mogelijkheid om zelf de mate van risico te kiezen, maar omdat ze zo ingewikkeld zijn, kiezen beleggers vaak de verkeerd.
Daarmee is volgens de AFM een goede werking van de markt in het geding. Een financiële bijsluiter, waarin het risico van een spaar- of beleggingsproduct wordt toegelicht, is niet verplicht voor de gestructureerde producten. Beleggers zijn dan aangewezen op de prospectus. Maar, zo constateert de AFM, die is vaak onvoldoende toegesneden op de informatie die consumenten nodig hebben voor een beleggingsbeslissing.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.