*

 

Shéguang Hu ontwerpt kleding voor OS

Janne Chaudron − 14/04/08, 00:00

De Nederlands-Chinese Shéguang Hu (33) ontwerpt de kleding voor het olympisch personeel in Peking. „Een lastige klus. Zakendoen met China is ontzettend vaag.”

Het ontwerpen van de olympische kleding is me eerlijk gezegd wel een beetje tegengevallen, zegt modeontwerper Shéguang Hu (33), woonachtig in Doetinchem. „Met name het gedoe eromheen. Afspraken die ik maakte met de olympische organisatie waren vaag. Het duurde soms dagen voor ik werd teruggebeld. Bovendien had ik de pech dat ik mijn complete ontwerp moest veranderen omdat ik mijn creatie had getoond in het tv-programma ’De wereld draait door’. Dat was tegen de Chinese regels. Ik heb me verkeken op de zakelijke kant en weet niet of ik nog een keer zo’n opdracht aan zou nemen.”

Hu werd uit maar liefst zesduizend mensen gekozen om een jurk te ontwerpen voor de vrouwen die de medailles uitdelen op de Olympische Spelen in Peking. „Ik denk dat mijn afkomst daarbij wel geholpen heeft. Ik ken de Chinese tradities, maar ik weet ook welke trends belangrijk zijn in het westen. De Chinezen hechten erg aan die combinatie.”

Tot zijn zestiende woonde Hu bij zijn tante in de Chinese provincie Binnen-Mongolië. Zijn ouders vroegen hem naar Nederland te komen om in hun Chinese restaurant te werken. Na twee jaar had Hu dat werk wel gezien. „Hard werken vind ik prima, maar ik wil iets doen wat me raakt, waar ik een bepaald gevoel bij heb.” Na veel omzwervingen meldde hij zich aan voor de Rietveld Academie, specialisatie mode. Hij heeft een atelier in Doetinchem: Shé Fashion Lounge, en ontwerpt van trouwjurken tot kinderkleding.

Sinds kort heeft de Chinees-Nederlandse modeontwerper een winkel in Peking. „Het is handig dat de arbeidskosten laag zijn. Maar dat is voor mij niet de enige reden om naar Peking te gaan. China is een modeland. Hoewel de Chinezen heel anders omgaan met kleding dan westerlingen. Het materiaal is in China veel belangrijker dan hier. Chinezen willen geen jas die na een jaar al kapot is. Dat vinden ze zonde van het geld.” De rijkere Chinees daarentegen oriënteert zich wel steeds meer op het westen, zegt Hu.

Dat Hu goed boert in zowel Nederland als China, blijkt wel: zijn telefoon gaat minimaal één keer in de vijf minuten. Hij antwoordt afwisselend in het Nederlands en het Chinees. „In Hongkong krijg ik steeds meer opdrachten. Daar houd ik ook verschillende modeshows. Hongkong is niet te vergelijken met China. Afspraak is daar echt afspraak.”

Door de economische expansie herkent Hu het ’oude’ China bijna niet meer terug. „Een verschil van dag en nacht. Het draait op dit moment alleen om geld en macht. Snel, snel is het motto. Dat was vroeger wel anders.” Hu merkt dat vooral aan de Chinese manier van zakendoen. „Afspraken zijn weliswaar vaag, maar de Chinezen kunnen ontzettend snel inspelen op de vraag.” Hu maakt zich zorgen over de toekomstige werknemers van het land. „De éénkindpolitiek heeft ervoor gezorgd dat kinderen extreem verwend zijn. Ze willen snel een eigen onderneming opzetten. Studeren komt niet in hun hoofd op. Het gaat niet om de kwaliteit, maar om geld verdienen.”

mailIcon print |