Pensioenfondsen hoeven zich geen zorgen te maken over de kredietcrisis. Het is voor de economie beter rustig te blijven, zeggen kenners.
De kredietcrisis is voor pensioenfondsen ongunstig, maar overdrijf het gevaar voor onze oudedagsvoorziening nu ook weer niet. Dat is de boodschap van toezichthouder De Nederlandsche Bank en de koepelorganisaties van pensioenfondsen. Hoogleraar economie Ivo Arnold van Nyenrode deelt die mening: „De kredietcrisis is een crisis als alle andere. Vroeg of laat herstelt de aandelenkoers zich weer. Pensioenfondsen beleggen voor de lange termijn, ze hebben alle tijd.”
Ondertussen geraken wel steeds meer pensioenfondsen in de gevarenzone. Ook Nederlandse fondsen beleggen in Amerikaanse banken als Freddie Mac of Fannie Mae, die nu te lijden hebben van de kredietcrisis. Dat voelen de pensioenfondsen in hun portemonnee: steeds vaker houden ze in de ogen van DNB te weinig middelen over om aan hun pensioenverplichtingen te voldoen.
Pensioenfondsen moeten 25 procent meer aan vermogen hebben dan gepensioneerden en sparende werknemers kunnen claimen, ofwel een dekkingsgraad van 125 procent. Zodra die dekkingsgraad lager wordt, komen pensioenfondsen onder speciaal toezicht van de DNB. Zij moeten dan een herstelplan indienen. Gerard Riemen, directeur van de koepel van bedrijfstakpensioenfondsen VB: „Als gevolg van de kredietcrisis komen pensioenfondsen steeds vaker onder 125 procent uit. Dat kan zomaar gebeuren als de beurs keldert. Zodra er een opleving is, kan het pensioenfonds er weer bovenuit komen.” Zo ernstig is het niet als een pensioenfonds onder het dekkingspercentage zakt, vindt Arnold.
Afwachten tot de beurs opleeft en niet in paniek raken, is volgens hem het verstandigst. De pensioenpremies moeten, ook tijdens de crisis, niet verhoogd worden. „Dat willen de bedrijfstakpensioenfondsen ook niet”, zegt Riemen. „Hogere premies zetten geen zoden aan de dijk. Als je je dekkingsgraad daarmee wilt verbeteren, zou je tientallen procenten extra moeten vragen. Dat kan niet. We zitten nu al aan onze taks.”
Arnold raadt verder aan om de pensioenopbouw jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage, de indexatie. Deze wordt wat hem betreft verplicht. De pensioenfondsen zien daar niets in: indexatie moet onder slechte economische omstandigheden helemaal achterwege kunnen blijven. Volgens Riemen is dat de enige manier om een dalende dekkingsgraad niet nog verder te laten kelderen. „Als de dekkingsgraden weer op peil zijn en het beter gaat op de beurs, kunnen we die achterstallige inflatiecorrectie voor de gepensioneerden en spaarders wel weer inhalen.”
Arnold vindt de opbrengst van het niet indexeren een druppel op de gloeiende plaat. „Het levert de pensioenfondsen alleen echt wat op als de beurs herstelt en de rente hoog is.”
Het grootste gevaar voor de pensioenfondsen, zegt Riemen, is de inflatie. „Die moet door overheid en centrale banken in de hand gehouden worden, anders holt de koopkracht van gepensioneerden achteruit. Hoe hoger de inflatie, hoe hoger de indexering moet zijn. Pensioenfondsen betalen de compensatie van pensioenopbouw uit het eigen vermogen. Dat wordt onbetaalbaar.”
De toename van het aantal pensioenfondsen dat onder toezicht staat van DNB is geen reden tot paniek, zegt een woordvoerder van DNB. „Het is niet nodig dat wij ons toezicht op pensioenfondsen verscherpen.” De kalme reactie is overeenkomstig het beleid: de paniek die de pensioenfondsen tijdens de vorige malaise (2001- 2005) beheerste, mag niet terugkeren. „Tijdens die laatste ’pensioencrisis’ heeft het angstige gedrag van de toezichthouder de recessie alleen maar verlengd”, zegt Arnold. „DNB moet vooral rustig blijven.”
De centrale bank heeft volgens de woordvoerder lessen geleerd. Na de vorige crisis zijn een financieel toetsingskader en een nieuwe pensioenwet opgesteld. „Daarmee zijn wij goed tegen een nieuwe crisis bestand.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.