De Europese Centrale Bank kan niet eindeloos doorgaan met het openhouden van de geldkraan voor banken met geldmarktproblemen. Dat heeft Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank en directielid van de ECB, gezegd in een interview met Het Financieele Dagblad.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis ruim een jaar geleden lenen banken nauwelijks nog geld aan elkaar, uit angst voor lijken in de kast bij de tegenpartij. Om te voorkomen dat daardoor het hele financiële stelsel stilvalt, hebben centrale banken deze rol overgenomen door tegen relatief lage rente de banken van geld te voorzien. Daarmee zijn vele tientallen miljarden gemoeid. Vorige week leende de Europese Centrale Bank opnieuw 176 miljard euro uit aan banken in de eurozone.
„Als we zien dat banken wel erg afhankelijk worden van centrale banken, moeten we ze stimuleren andere financieringsbronnen aan te snijden”, zegt Wellink in het interview. Zo kunnen banken met de pet rond bij zittende aandeelhouders, of op zoek gaan naar nieuw kapitaal, bijvoorbeeld bij staatsfondsen uit het Midden-Oosten en Azië. Banken in met name de Verenigde Staten hebben zich massaal tot deze investeerders gewend, maar ook Fortis is in zee gegaan met een staatsfonds uit Libië, een Russische miljardair en de Chinese verzekeraar Ping An.
Tot nog toe hebben banken wereldwijd voor 500 miljard dollar aan verliezen gemeld als gevolg van de crisis, en 350 miljard dollar opgehaald bij investeerders. „Het gat is dus nog niet gedicht en wordt naar verwachting nog groter”, zegt Wellink. De bankpresident waarschuwt bovendien dat de crisis zich op andere gebieden nog kan doen gelden. Wellink noemt onder meer hedgefondsen, maar ook de Amerikaanse studentenleningen als risicogebieden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.