De Europese huizenmarkt lijdt onder de economische malaise in de eurozone. Europese consumenten worden vooral voorzichtig bij het kopen van een tweede huis. Of ze moeten er de hypotheek van hun eerste huis mee afbetalen.
Het luxueuze leven voor de Britten is voorbij. In het verleden kochten zij massaal huizen aan de Spaanse Costa’s, in Frankrijk en in opkomende Oost-Europese landen. „Met huizenprijzen die jarenlang spectaculair stegen (tussen 2002 en 2006 met 40 procent, red.), financierden veel Britten met de overwaarde op het eerste huis een tweede in het buitenland”, zegt Rob Smulders, directeur van Mondi, een belangenvereniging voor Nederlanders met een tweede huis. Met de kelderende Britse huizenprijzen –ze daalden de afgelopen drie maanden met 8,6 procent ten opzichte van een jaar eerder– en de oplopende rente, hebben de Britten het geld van het tweede huis hard nodig om de eerste hypotheek af te lossen.
Dat de economie in de eurozone afgelopen kwartaal met 0,2 procent is gekrompen, doet de Europese huizenmarkt geen goed. „Het consumentenvertrouwen daalt, en mensen stellen de koop van een huis uit”, zegt Smulders. Maar, zegt vastgoedeconoom Dirk Brounen, de malaise op de Europese huizenmarkt verschilt sterk per land. Zo wordt de Britse huizenmarkt volgens Brounen het hardst door de kredietcrisis getroffen van alle Europese landen. „De Britse bankensector is het meest verweven met de Amerikaanse.” Hoewel de huizenmarkt in Groot-Brittannië er nog altijd beter voorstaat dan die in de VS, benadrukt hij. „De Amerikaanse huizenmarkt zakt nu als een kaartenhuis in elkaar. Onder meer doordat bijna iedere Amerikaan op de pof leeft en op die manier zijn huis financiert. In Europa is dat niet het geval.”
Het bekendste Europese voorbeeld van een inzakkende huizenmarkt is Spanje. Een tijd lang stegen de prijzen van huizen in het populaire toeristenland met liefst 20 procent per jaar, onder andere door aankoop van tweede huizen. Maar die loopt nu terug. Het is niet zozeer de kredietcrisis die de Spaanse huizenmarkt parten speelt. Brounen: „In Spanje wordt simpelweg veel te veel gebouwd. Projectontwikkelaars verdienden daar in het verleden tonnen mee. Nu de huizenzeepbel is gebarsten, kampen zij met verliezen.” De productie in de bouwsector loopt dan ook sterk terug in Spanje. Volgens de jongste cijfers van statistisch bureau Eurostat werd in juni 16 procent minder gebouwd dan een jaar ervoor. Ter vergelijking: in Nederland liep dat cijfer op, met 1,7 procent. „Voor de Spaanse economie, die voor 15 procent leunt op de bouwsector, is het funest.”
Ook de Ierse huizenmarkt staat er niet goed voor. Dat heeft volgens Brounen voornamelijk te maken met de stagnerende economie, die dit jaar mogelijk zal krimpen. „Jarenlang presteerde de Ierse economie het beste binnen de Europese Unie. De huizenprijzen reageren sterk op de economische terugval.”
Niet ieder Europees land kampt met problemen op de huizenmarkt. In Duitsland is volgens Brounen weinig aan de hand. Dat komt door het conservatieve karakter van de markt. „Duitsland kent maar 40 procent koophuizen, in Nederland ligt dat percentage op 54 procent. En 40 procent is bestemd voor particuliere verhuur. De rest bestaat uit sociale woningbouw.” Duitsers hebben te maken met strenge regels bij de aanschaf van een huis. „In tegenstelling tot veel Europese landen moeten starters op de woningmarkt 30.000 euro sparen, voordat ze voor een hypotheek in aanmerking komen.”
De Oost-Europese huizenmarkt heeft het minst last van de economische malaise. Cijfers van Eurostat onderstrepen dat. In Polen steeg de productie in de bouwsector in juni met 20,8 procent, in Slovenië lag dat op 14,9 procent en in Roemenië werd 12,7 procent meer gebouwd dan een jaar eerder. Brounen tekent daar wel bij aan dat de hypotheekmarkt zich in deze opkomende landen nog volledig moet ontwikkelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.