*

 

’Financiën verdient aan kwijtschelding’

Han Koch − 09/02/08, 02:30

Financiën heeft aan de kwijtschelding van schulden van arme landen verdiend. Die beschuldiging staat in het onderzoeksrapport van de IOB.

De Nederlandse staat heeft aan de kwijtschelding van de zogeheten exportkredietschulden van arme landen verdiend. En corrupte landen zoals Nigeria kregen kwijting zonder aan de criteria van behoorlijk bestuur te voldoen. Dat is ten koste gegaan van armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden.

Die spijkerharde kritiek staat in het gisteren door het IOB geopenbaarde onderzoek naar het ontwikkelingsbeleid over de periode 1998-2006, de periode van de ministers Eveline Herfkens en Agnes van Ardenne.

De beschuldiging dat het Nederlandse schuldbeleid niet deugt, is al een paar keer eerder geuit. Dat de onderzoekers de conclusies nog maar een keer herhalen, komt vooral omdat een door iedereen aanvaard antwoord is uitgebleven. Ministers in voorgaande kabinetten hadden weinig behoefte zich aan de weerbarstige materie te branden.

Wat is er aan de hand? En hoe ontstaan exportkredietschulden? Als opdrachtgevers in arme landen goederen in Nederland bestellen, eisen de Nederlandse leveranciers afdekking van het risico van wanbetaling door hun tegenpartij. Teneinde de handel op gang te houden, geeft de Nederlandse overheid rugdekking door bij wanbetaling de vordering over te nemen. Betaalt een school of een ziekenhuis in Nigeria niet, dan wordt hun schuld een schuld van de Nigeriaanse overheid, met de Nederlandse staat als tegenpartij.

Bij het schrappen van de schuld aan bijvoorbeeld Nigeria, wordt de rekening in zijn geheel ingeleverd bij Ontwikkelingsamenwerking. Financiën echter kreeg de premies die voor de exportverzekering werden betaald, door gestort. De premies moesten kostendekkend zijn, en dus liep Financiën volgens de onderzoekers geen enkele schade op. Per saldo had alleen Ontwikkelingsamenwerking minder geld voor armoedebestrijding.

Ontwikkelingsamenwerking werd daarbij nog eens een keer dubbel gepakt omdat de regeling de Nederlandse export diende te bevorderen en nooit bedoeld was als instrument voor armoedebestrijding. Kortom: dit geld diende niet de armoedebestrijding maar de Nederlandse export. De achtereenvolgende ministers voor ontwikkelingssamenwerking hebben volgens de onderzoekers ook nog eens de internationale afspraken geschonden. Tijdens de armoedetop van de Verenigde Naties in het Mexicaanse Monterrey (in 2002) werd afgesproken dat schuldkwijtschelding niet uit de bestaande hulpbudgetten betaald mocht worden, maar bovenop de bestaande hulp diende te komen. Daaraan is in Nederland niet voldaan, zo stellen de IOB-onderzoekers vast.

Zij berekenen dat het ministerie van financiën op deze wijze 1,5 miljard euro heeft kunnen boeken. Dat bedrag bestaat uit 575 miljoen euro die olieland Nigeria aan achterstallige schulden heeft betaald – een fractie van de bij de wereld opstaande miljarden schuld – plus de premie voor de risicoafdekking van de exportkredieten. De onderzoekers willen dat de discussie over de afwikkeling van de rekening van de schuldkwijting wordt heropend. Uit de reacties op hun bevindingen blijkt dat de ministers Koenders (ontwikkelingssamenwerking) en Verhagen (buitenlandse zaken) daar weinig voor voelen. Van de kwijtschelding van de schulden aan Nigeria (350 miljoen euro, voor het overgrote deel exportkredietschulden) en Congo (360 miljoen) is volgens het IOB moeilijk vast te stellen of de allerarmsten daar iets aan gehad hebben. Het corrupte Nigeria kreeg vooral kwijting onder druk van de Amerikanen, die hun oliebelangen wilden veilig stellen. Feitelijk voldoet Nigeria niet aan de criteria van goed bestuur en beleid waaraan andere landen wel moesten voldoen. Olie ging hier boven armoedebestrijding.

mailIcon print |