Leuk dat premier Balkenende het tempo van grote projecten wil opschroeven, zoals hij donderdag zei bij het jaarcongres van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Dat is volgens hem hard nodig, wil Nederland in 2020 internationaal nog een beetje meetellen. Een boodschap waarop werkelijk helemaal niets valt af te dingen. Daarom is het ook zo jammer dat Balkenende’s eigen verkeersman in het kabinet, Eurlings, niet met gespitste oren in de zaal zat.
Want daags voordat Balkenende de werkgevers vanaf de kansel in de Haagse Grote Kerk toesprak, vroeg Eurlings de Tweede Kamer min of meer carte blanche voor invoering van het rekeningrijden. Enkele maanden geleden noemde hij 2011 nog als startjaar, en 2016 als eindjaar voor landelijke invoering. Was dat al niks te vroeg, inmiddels wil Eurlings zich helemaal niet meer op een jaartal vastpinnen. De perikelen rond de ov-chip zijn voor de bewindsman, die zich geruggesteund weet door zijn eigen CDA-fractie, reden om het kalmpjes aan te doen.
Wordt de overheid door schade en schande wijs, of regeert in Den Haag de angst? Als Eurlings iets van het dreigende ov-debacle kan leren, is het niet dat hij er langer over moet doen. Hij moet het gewoon beter doen.
Want één ding staat vast: het ’dynamische en concurrerende’ Nederland dat Balkenende voor ogen staat, is op de snelwegen steeds verder te zoeken. In 2020 staan we gewoonweg muurvast met zijn allen. Slecht voor het humeur van de werknemer, slecht voor ’s lands economie. Alle reden om in te grijpen, maar níet met nog meer asfalt, waarop het verkeer binnen de kortste keren weer stilstaat met ronkende uitlaat. Helaas is dat het enige waarvoor Eurlings tot op heden met groot enthousiasme de knip trekt.
Rekeningrijden ontmoedigt juist het weggebruik, en zo moet het. Wie niet per se de auto nodig heeft, wordt financieel geprikkeld om juist tijdens de ochtend- en avondspits de trein, bus of metro te nemen. Want de autogebruiker betaalt straks, in plaats van een vast bedrag aan wegenbelasting, per afgelegde kilometer. Daarvoor geldt een opslag tijdens de drukke uurtjes. Dát ruimt op, dát brengt Nederland in beweging.
Diverse kabinetten hebben zich al gebogen over manieren om het wegverkeer op een dergelijke wijze te beprijzen, via uiteenlopende instrumenten als spitsvignet en tolheffing. Het valt de 34-jarige Eurlings niet aan te rekenen dat het tot zijn komst als minister allemaal zo lang heeft geduurd. Maar nu zo’n beetje iedereen het erover eens is dat het rekeningrijden er dient te komen, moet hij wel doorpakken.
Een land dat ’dynamisch en concurrerend’ wil zijn – en waarom zou Nederland dat niet willen – schiet niks op met leiders die zuchten en kreunen dat het allemaal zo moeilijk is. Keer u tegen de gevreesde verstarring, minister Eurlings, en toon daadkracht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.