„De bescherming van de privacy van de reiziger is voor mij van het allergrootste belang”, stelde staatssecretaris Huizinga van verkeer gisteren nadrukkelijk bij de presentatie van haar ’Aanvalsplan ov-chipkaart’.
Door alle ophef rond de ov-chipkaart is er bij de reiziger zorg ontstaan over privacyaspecten van de kaart. Om die deels weg te nemen, heeft Huizinga ervoor gezorgd dat de openbaarvervoersbedrijven tot 2010 niets doen met de reisgegevens.
Na 2010 mogen ze de reisgegevens gebruiken voor serviceverlening en marketingdoeleinden, mits het binnen de richtlijnen van van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) valt. De ov-bedrijven en het CBP zijn daarover nog met elkaar in gesprek. In april moet dit tot conclusies leiden.
Mochten er dan nog meningsverschillen zijn, dan wordt er met de staatssecretaris overlegd. Als ze er dan nog niet uitkomen, zal het voor de rechter moeten worden uitgevochten. Die moet dan beslissen hoe de wet moet worden geïnterpreteerd. Huizinga: „Maar dat wil ik voorkomen. Dat geeft onrust.”
Waarom geeft de staatssecretaris überhaupt de vervoersbedrijven na 2010 de gelegenheid om de grenzen van het gebruik van reizigersgegevens op te zoeken? Huizinga: „Dat doe ik niet. Dat is een gevolg van het besluit in de Kamer om de ov-chipkaart te gaan gebruiken. Het is eigenlijk mijn regie geweest waardoor de vervoersbedrijven het tot 2010 niet doen.”
De Tweede Kamer heeft er ook op aangedrongen dat de Nederlandse Spoorwegen gaan werken met een opt in-systeem. Daarbij moeten reizigers expliciet aangeven of ze informatie willen ontvangen of niet. „Ik denk dat sommige mensen het wel fijn vinden als ze aanbiedingen krijgen”, zegt PvdA-Kamerlid Lia Roefs. „Misschien verleidt het mensen om van de auto naar de trein over te stappen. Dat is toch goed?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.