Het kan geen consument zijn ontgaan: hdtv komt er aan, high definiton tv, of, in gewoon Nederlands, hoge-definitie-tv. Nederland krijgt, zoals trouwens in heel Europa, een beter beeld op de tv. Nog voor de wereldkampioenschappen voetbal op 9 juni in Duitsland losbarsten, zullen de eerste beelden met veel meer detailrijkdom de kabelnetten gaan vullen.
De nieuwe norm voor televisiebeelden moet de grootste verbetering van beeldkwaliteit opleveren sinds in de jaren dertig van de vorige eeuw het zogeheten pal-systeem werd ontwikkeld, de overgang van zwart/wit naar kleur niet meegerekend. Pal levert beelden met 576 zichtbare lijnen van 720 punten elk, oftewel 414.720 beeldpunten per beeld. Bij hdtv kennen we voor Europa twee versies: beelden van 720 lijnen bij 1280 punten (961.600 beeldpunten in totaal) en beelden van 1080 lijnen bij 1920 punten (2.073.600 in totaal). Kortom: hdtv levert ruim twee tot vijf keer zoveel beeldpunten als pal, wat je min of meer mag vertalen in een zelfde grotere detailrijkdom.
Dat verschil móet elke kijker over de streep trekken, zou je denken. De teleurstelling was dan ook groot toen een maand geleden grote kabelmaatschappijen en tv-fabrikant Samsung hdtv aan de pers toonden. Sommige beelden waren om van te likkebaarden, maar vaak was het verschil met een goed palbeeld toch nauwelijks zichtbaar.
Dat hadden de bedrijven aan zichzelf te wijten. Ze presenteerden hdtv namelijk op schermen die alleen 720 lijnen kunnen tonen, en dus niet in 1080-resolutie. Die hebben slechts 25 procent meer beeldlijnen dan pal-toestellen, en dat ze ruim twee keer zo veel beeldpunten tellen is verder vooral te danken aan het feit dat hdtv standaard een breedbeeldformaat heeft. Op het oog is de scherpte van een beeld daardoor vaak niet spectaculair beter dan bij het oude pal.
De industrie heeft besloten om zowel de versie met 720 lijnen als die met 1080 lijnen hdtv te noemen. Daarmee bewijzen de fabrikanten de consument én zichzelf een slechte dienst. Het kan niet anders of kopers van schermen met 720 lijnen zullen zich bekocht voelen als ze ontdekken dat ze voor hun dure geld wel 'hdtv' maar nog geen 'true hdtv' of 'full hdtv' (zoals Philips en Samsung hun 1080-schermen in kleine lettertjes aanduiden) in huis hebben gehaald.
De eerlijkheid gebiedt te melden dat de 720-versie nog wel iets heeft dat het beeld voor sommige toepassingen verder verfraait. Bij pal en bij de 1080-versie van hdtv worden eerst de lijnen 1, 3, 5 en verder getoond, en daarna de tussenliggende lijnen 2, 4, 6 enzovoorts. Dat is amper te zien, bij stilstaande beelden zelfs helemaal niet. Maar bij beelden met snelle bewegingen, van bijvoorbeeld een raceauto, is als lijn 2 wordt getoond de auto toch al net iets verder dan op lijn 1 en 3 nog is te zien. Dat zorgt voor een lichte vervaging van het beeld. Dat is bij hdtv-720 opgelost. Hier worden de lijnen 1, 2, 3, 4 et cetera allemaal direct na elkaar op het scherm gezet. Deze methode heet progressive scan, en de hdtv-versie heet dan ook wel 720p. Bij 1080-beelden spreekt men van interlaced en die hdtv-versie heet dan ook wel 1080i. De grotere detailrijkdom van 1080i zal vooral bij rustige beelden, zoals van landschappen en in andere documentaires, tot zijn recht komen.
Het mooiste beeld zou je uiteraard krijgen als je de 1080-versie met progressive scan zou uitvoeren in plaats van interlaced. Maar dat zou de hoeveelheid benodigde bits, toch al ruim het dubbele van de 720p-variant, nog eens verdubbelen. Zo'n ultieme hdtv-versie legt dan een te groot beslag op de beschikbare ruimte op kabelnetten en zou natuurlijk ook krachtiger chips in de tv's en bijbehorende recorders en decoders nodig maken. Een verbetering die een paar jaar nodig heeft, met andere woorden. Tot die tijd moet ieder voor zich uitmaken of hdtv met 720 lijnen zo veel beter is dan pal dat het een grote investering in apparatuur rechtvaardigt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.