*

 

Busbedrijven hopen dat overheid de portemonnee trekt

Frank Straver − 14/05/08, 00:00

Alle partijen maken het rituele dansje. Werkgevers – de busmaatschappijen – noemen staken overdreven en willen nog eens rustig om de tafel. Maar de tijd van gemoedelijk overleg is voorbij. Alleen met een werkonderbreking worden we serieus genomen, bijten werknemers traditiegetrouw terug.

En net als altijd wordt gesteggeld over de legitimiteit van eisen. De bonden willen 3,5 procent loonsverhoging en een half procent hogere eindejaarsuitkering. De werkgevers bieden 11,5 procent over de komende drie jaar. Als dat al een gaatje oplevert, lijkt dat met wat goede wil makkelijk te dichten. Maar het kostenverschil schuilt in specifiekere punten: het wel of niet doorbetalen van pauzes, de flexibiliteit van busbestuurders en het aantal werkuren per week. De cao-strijd past daarmee zó in het rijtje van recente moeilijkheden bij politie, postbedrijven en in het kleinmetaal.

Toch is dit onderhandelingsspel een geval apart. Dat ligt aan de bijzondere rol die de overheid inneemt in het conflict dat nu al vier maanden speelt. Busmaatschappijen halen hun inkomsten uit de verkoop van strippenkaarten, waarvan de prijs is vastgesteld door het ministerie van verkeer en waterstaat. En uit de brede doeluitkering, een subsidie van lokale overheden. Maar dat brengt minder op dan de vervoerders verwachtten. Tegelijk namen andere kosten toe. De dieselprijs steeg en de busbedrijven kregen extra kosten op hun bordje door invoering van de ov-chipkaart. Vanwege die dubbele pech hopen busbedrijven dat de overheid als geldschieter optreedt. Die wens maakt het cao-conflict tot een subtiel schaakspel.

Volgens de bonden spelen de werkgevers dat spel sluw als een vos. Arriva, Connexxion en Veolia zouden de cao-onderhandelingen misbruiken om zich van hun armlastige kant te laten zien. Door te stellen dat zij niet genoeg geld hebben om chauffeurs meer te betalen, zouden busbedrijven de overheid de brand laten blussen. In de ogen van de bonden zijn busbedrijven blij met stakingen, omdat de druk op overheden zo toeneemt.

Werkgevers ontkennen die verstrengeling van belangen. De busbedrijven bevestigen dat de vastgelegde afspraken problemen geven en dat ze formeel overleggen met overheden. Maar, stellen zij, dat staat los van het cao-overleg. De bonden geloven dat niet en vinden dat busbedrijven zich, zonder oog voor de getroffen reizigers, armer voordoen dan ze zijn. Onlangs gingen werkgevers voor duizend chauffeurs buiten de grote steden wel akkoord met 3,5 procent loonstijging. Dat lag anders, want de ov-bedrijven zijn daar ook treinvervoerder. De loonstijging wordt betaald uit de opbrengst van treinkaartjes. Maar eerlijk is eerlijk: werknemers hebben verschillende feiten aan hun zijde. De top van busbedrijven ging erop vooruit, op nieuwe bustypes wordt niet bespaard en jaarverslagen ademen een sfeer van succes uit.

mailIcon print |