Werkloze architecten werken vrijwillig aan vraagstukken die jaren zijn blijven liggen. Ze zien de crisis als een kans om het vak te verbeteren.
In een pand aan het Amsterdamse IJ buigen tien architecten zich vrijwillig over de toekomst van de stad. De groep werkt van ’s ochtends vroeg tot soms wel middernacht. Onder de vleugels van woningcorporatie Ymere doen de ontwerpers onderzoek, discussiëren ze eindeloos en maken ze concrete plannen. Hun lunch- en reiskosten betalen ze uit eigen zak. Welkom in de wereld van de architect in crisistijd.
„Het is eigenlijk een hele rare situatie dat – terwijl we allemaal zo goed zijn opgeleid – we opeens de ruimte hebben om dit te doen”, vertelt architect Jesse Lavalaye (33). Hij doet mee aan het onderzoekslab Y-Placemakers, dat onderdeel uitmaakt van het project ’Nederland wordt anders’, een initiatief van Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. De architecten van Y-Placemakers doen onderzoek naar de manieren waarop jongeren kunnen worden betrokken bij de (her)ontwikkeling van ’moeilijke’, soms verlaten en grauwe gebieden in Amsterdam.
’Nederland wordt anders’ is gestart met zes labs, die verspreid zijn over het hele land: sinds oktober doen honderd werkloze architecten vooronderzoek naar prangende, ruimtelijke vraagstukken in Nederland. Het gaat om reflectie op het vak en het zoeken naar antwoorden op vragen die tijdens de jaren van hoogconjunctuur zijn blijven liggen.
De deelnemers werden uit een grote groep van aanmeldingen geselecteerd. Voorwaarde is dat ze werkloos zijn en minimaal twee jaar werkervaring hebben. De bedoeling is dat de architectenbranche straks helemaal verbeterd, maar vooral ’anders’, uit de crisis komt.
Een derde van de in totaal 15.000 architecten en stedenbouwkundigen is volgens de Bond van Nederlandse Architecten het afgelopen jaar werkloos geworden. Vooral de jonge architecten waren de dupe. „Als we niet uitkijken, spreken we over een aantal jaar van een lost generation”, waarschuwt architect Jeroen Mensink, mentor van het Amsterdamse onderzoekslab.
„Er is de laatste jaren zo ontzettend hard gebouwd en geproduceerd. Je kon bijna spreken van Chinese toestanden”, aldus Mensink. We moeten van de nood een deugd maken, is zijn opvatting: „De machine hapert. Daarom hebben we nú de kans om langer na te denken over lastige vraagstukken.” Zijn groep architecten kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren, daar is hij van overtuigd: „Het is niet goed als onze mensen thuis zouden gaan zitten, of iets totaal anders gaan doen. Het is belangrijk om de kennis die we hebben vast te houden en ook verder te ontwikkelen. Dat doen we hier – het is een soort snelkookpan.”
Het mes snijdt aan twee kanten; woningcorporaties en gemeentes maken gebruik van de expertise van talentvolle mensen en de werkloze architecten krijgen de kans om met grote spelers in de markt samen te werken. Mensink: „Je ontmoet allerlei interessante mensen, je werkt voor Ymere – dat is toch de gedroomde opdrachtgever – en je bent mede-auteur van een onderzoek.”
„Ik twijfelde in eerste instantie of ik me wel wilde opgeven; het is toch een vervelend idee om plotseling vrijwillig te werken”, zegt Naomi Hoogervorst (31). Ze werkte tot afgelopen zomer vier jaar lang in loondienst bij verschillende architectenbureaus. Nu is ze ontslagen en heeft ze een gedeeltelijke WW-uitkering. Daarnaast werkt ze als freelancer aan betaalde opdrachten. Hoogervorst is allesbehalve pessimistisch: „Je leert hier weer waarom je architect bent geworden. Er is veel meer tijd en ruimte voor onderzoek dan bij een architectenbureau. Ik wil terug naar de basis; daar word ik blij van.”
De kantoorruimte van de werkloze architecten wordt bevolkt door laptops, boeken en papieren. In geen velden of wegen is een maquette of een tekentafel te bekennen. Hier wordt niet ontworpen, maar nagedacht, gewikt en gewogen. „We doen vooronderzoek; daar heb ik bij de architectenbureaus waar ik werkte nooit tijd voor gehad. Er is veel meer ruimte voor het experiment”, aldus Jesse Lavalaye. Hij heeft geen uitkering, maar geeft bijles aan middelbare scholieren: „Ik wil niet afhankelijk zijn, dan heb ik maar even wat minder geld.”
De afgelopen jaren werkte hij bij drie bureaus; dit jaar had hij er genoeg van. Hij diende zijn ontslag in en begon met het bedenken van plannen voor zijn eigen bureau: „Gevestigde bureaus hebben vaak een hele traditionele manier van werken. De rol van de architect is erg ingekaderd en daardoor vaak beperkt. Je werkt toe naar het gewenste resultaat van een opdrachtgever, er is geen ruimte voor experimenten.”
Bij het onderzoekslab vindt Lavalaye voor het eerst wat hij zoekt: „We leren hier een nieuwe manier van werken. Het klinkt misschien een beetje idealistisch, maar ik hoop dat ik deze werkwijze kan voortzetten.”
Volgens Mensink is er onder architecten en stedenbouwkundigen steeds meer behoefte aan onderzoek en verdieping: „Deze verschuiving was de afgelopen jaren al bezig, maar door de instorting van de financiële wereld is het proces versneld. De branche is noodgedwongen tot stilstand gekomen. Hierdoor kunnen we, bijvoorbeeld in dit soort onderzoekslabs, meer aandacht per kubieke meter geven. Daardoor kan het alleen maar beter worden.”
Eigenlijk denken alle architecten van het lab er precies zo over – ze zijn enthousiast over hun nieuwe rol. Als ze bij elkaar komen, vergeten ze de tijd en dat ze niet worden betaald. Ze hopen dat hun werk in de toekomst meer zal inhouden dan ’dom AutoCAD gebruiken’ (een bekend ontwerpprogramma, red.).
Hoe ziet het werk van de ’nieuwe’ architect er dan precies uit? Jeroen Mensink: „Dat is een goede vraag, er is nog veel onduidelijkheid. Maar je ziet wel degelijk een verschuiving in het denken over ruimtelijke ordening. Er is meer aandacht voor initiatieven van onderaf, voor de behoeftes van de eindgebruiker: van de jongere of de creatieve industrie. In plaats van dat het een invuloefening is voor de grote projectontwikkelaars, zoals dat de afgelopen jaren het geval was.”
Architecte en deelnemer van het lab Yifat Levron (35) geeft een voorbeeld: „Ymere heeft ons het gebied Westpoort bij station Sloterdijk toegewezen, een grijs industriegebied. Wij moeten kijken welke rol jongeren daar kunnen spelen om het spannender te maken. We hebben bedacht dat jongeren zelf een city game ontwerpen over Westpoort. Het computerspel zal gaan over het gebied en de manier waarop de ruimte volgens de jongeren kan worden hergebruikt. Ook de kwaliteiten en eigenschappen van de plek – bijvoorbeeld de school die er staat – kunnen een onderdeel zijn van het spel.”
Levron is sinds september werkloos en heeft ook een uitkering: „Ik werkte bij een groot architectenbureau, dat nu is gehalveerd naar veertig man. Mijn toekomstideaal is meer aandacht voor ecologisch en duurzaam bouwen. Ik geloof dat de crisis die veranderingen kan brengen, maar het moet niet te snel herstellen. Er is tijd nodig om de nieuwe ideeën te verankeren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.