Een uitkering en een fiscale prikkel moeten de problemen met jeugdwerkloosheid oplossen. Daarmee is het erger gesteld dan gedacht, zo constateert econoom Wiemer Salverda.
De definitie van jeugdwerkloosheid verbloemt de problemen waarmee jongeren kampen op de arbeidsmarkt. Econoom Wiemer Salverda, van het Instituut voor Arbeidsstudies in Amsterdam, wil die definitie daarom aanscherpen. Nu worden niet schoolgaande jongeren die meer dan 12 uur werken door het Centraal Bureau voor de Statistiek nog tot werkend Nederland gerekend. Salverda vindt dit achterhaald omdat de meerderheid van de jongeren aangeeft fulltime te willen werken. Door de aanpassing van de definitie (van meer dan 12 naar meer dan 30 uur werken) ontstaat statistisch gezien een grotere groep jeugdwerklozen: geen 11,6 maar 18 procent.
Het probleem in absolute zin blijft echter onveranderd groot. Om de jonge parttimers tegemoet te komen, stelt Salverda een nieuwe uitkering voor, bedoeld voor niet schoolgaande jongeren die minder dan dertig uur per week werken.
„Hiermee kan het deeltijdloon aangevuld worden tot het minimumloon”, legt hij uit. „Werkcoaches van het UWV kunnen jongeren eventueel met maatwerk helpen bij het vinden van fulltime werk.” Mocht dat onbetaalbaar blijken, dan zou de overheid zich volgens Salverda moeten toespitsen op fiscale voordelen voor jonge werklozen.
„Op dit moment is de loonheffingskorting nog maximaal bij het minimumloon. Zodra het uurloon hoger ligt, kiezen veel jongeren ervoor om minder te werken. Zo krijgen ze toch de begeerde maximale fiscale korting. Als de overheid dit aanpast, kan het als een fiscale prikkel werken om meer uren te gaan werken.”
De oorzaak voor de hoge jeugdwerkloosheid houdt volgens Salverda rechtstreeks verband met de emancipatiegolf in de jaren zeventig en het regeringsbeleid voor meer parttime werk. Dat was toen nodig om vrouwen te kunnen laten deelnemen aan de arbeidsmarkt. Het gevolg is dat een meerderheid van alle jongeren minder dan dertig uur per week werkt.
De sprong naar fulltime werk is volgens de directeur van het Instituut voor Arbeidsstudies hard nodig. „Al was het maar omdat schoolverlaters steeds vaker concurrentie ondervinden van studenten met een bijbaan. Dat speelt met name in de horeca, de detailhandel en in de schoonmaakwereld. Jongeren met een mbo-diploma op zak zoeken daar naar werk maar stuiten in toenemende mate op deze studenten. Die kunnen zich vanwege hun studiebeurs een parttime baan veroorloven. In Amsterdam kan een schoolverlater een tweede deeltijdbaan zoeken, maar als je in Tweede Exloërmond woont, is dat onmogelijk.”
Zolang studenten concurreren met schoolverlaters, worden mbo-ers volgens Salverda te weinig geprikkeld om een diploma te halen. Om hen te stimuleren, pleit de arbeidsexpert ervoor om zo’n 1500 euro uit te keren bij een behaald mbo-diploma. „Hbo-studenten en hoger krijgen vanaf jongere leeftijd een toelage. Zo kunnen we dat mooi rechttrekken.”
Salverda kwam in 2003 vlak na de internetzeepbel met een vergelijkbaar geluid, maar toen werd hij naar eigen zeggen niet gehoord. Inmiddels zijn de problemen met jeugdwerkloosheid veel erger. Vanwege de kredietcrisis, maar ook vanwege het afgenomen aantal fulltime banen.
Update woensdagochtend:
Door een technische fout zijn enkele last-minute correcties gisteravond niet meegenomen. Zo is nu alsnog 'en de toenmalige lobby van vakbonden' veranderd in 'en het regeringsbeleid'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.